Het strafrechtsysteem in Oeganda laat nogal wat te wensen over. Jan Banning legde het vast in een fotoserie.

Foto: Jan Banning

Het lijkt een vergeten rommelhok: Een tafeltje in de hoek met daarop stapels paperassen en dozen waar vodden overheen hangen; een archiefkastje met scheefgezakte lades; een typmachine die de helft van de toetsen mist; een vieze jerrycan; en een grote gebruikte autoband. Dit is het archief van het hoofdbureau van de politie in Kakira, in het zuiden van Oeganda. Fotograaf Jan Banning legde het vast als onderdeel van een serie over het strafrechtsysteem, onder de titel Law and Order.

Zoals de foto van het volgestouwde hoekje  doet vermoeden, kent Oeganda geen gunstig klimaat voor een goed geoliede rechtsgang.  Wat weinig helpt is dat het land lijdt onder een welig tierende corruptie. De Oegandese bevolking verwijt president Yoweri Museveni, die sinds 1986 aan de macht is, dat hij te weinig doet om dit tegen te gaan. Dat Musevini zelf ook corrupt is gebleken, zal daar zeker iets mee te maken hebben. ‘Het hele systeem is rot en we moeten het repareren,’ aldus oppositieleider Kizza Besigye, die in april werd neergeschoten tijdens demonstraties en vervolgens korte tijd het land niet meer werd binnengelaten.

De corruptie ondermijnt vooral de Oegandese politiemacht, die volgens de East African Bribery Index 2011 de meest corrupte is van Oost-Afrika. In een rapport dat Human Rights Watch vorig jaar uitbracht werd de Oegandese politie bovendien verantwoordelijk gesteld voor marteling, onrechtmatige detentie en onwettige executies. Sommige verdachten zouden zijn berecht door militairen in plaats van rechters.

Aan het functioneren van de rechterlijke macht wordt wel hard gewerkt, ontdekte Banning. De Justice Law and Order Sector (JLOS), een Oegandese overheidsorganisatie die, met steun van onder meer de Nederlandse overheid, toeziet op de naleving van mensenrechten en de correcte toepassing van de wet, vervult hierbij een centrale rol. Uit een evaluerend rapport van JLOS over 2010 en 2011 blijkt hoeveel de organisatie al doet om de gerechtelijke situatie te verbeteren, maar tegelijkertijd hoe diep de put is waaruit het land moet kruipen. Zo vermeldt het rapport dat er nieuwe detentiecentra zijn gebouwd  om de druk op de overvolle gevangenissen te verlichten, maar ook dat de bezettingsgraad van cellen nog altijd 213 procent is. En hoewel er meer rechtszaken in behandeling worden genomen, kampt het land nog altijd met een tekort aan rechters. Tegen die achtergrond klinken zinnen uit het rapport als ‘Toegang tot rechtspraak wordt door de sector krachtig nagestreefd,’ bemoedigend en deprimerend tegelijk.

Niettemin raakte het Banning hoezeer de sector zich inzet voor de verbetering van het rechtssysteem. Die inspanning zag hij vooral in de politiebureaus en gevangenissen in het zuiden van het land, die vol hangen met voorlichtingsposters en affiches. Neem Bannings foto van het hoofdbureau van de politie in het Zuid-Oegandese Jinja. Boven de hoofden van de agenten hangt een afbeelding van president Museveni, maar ook een affiche waarop schending van mensenrechten wordt afgekeurd, een affiche dat verdachten eraan herinnert zich niet in te laten met corruptie (‘do not pay for it’) en posters die uitleggen hoe je kritisch nadenkt en weerstand biedt aan groepsdruk. Het is natuurlijk makkelijk om cynisch te doen over de effectiviteit van dit soort voorlichting. Maar, stelt Banning, die posters zijn wel een aanduiding van de intenties: ‘Blijkbaar is er een breed gedragen overtuiging dat de promotie werkt.’

Opvallend was het gemak waarmee Banning werd toegelaten tot rechtbanken, politiebureaus en gevangenissen. ‘Binnen drie dagen had ik alle vergunningen binnen, dat is verbluffend snel. Ik kon de opperrechter in Kampala spreken, het hoofd van de landelijke politie en het hoofd van het gevangeniswezen. In Jinja kreeg ik eerst een rondleiding en daarna mocht ik mijn gang gaan. Misschien was het deels naïviteit van de lokale overheden, maar er was in ieder geval geen krankzinnig sterke neiging om dingen te verbergen.’

Om de enorme achterstand in het rechtssysteem te kunnen inhalen, zal de Oegandese overheid fors moeten gaan investeren. Maar de bereidheid daartoe is gering, nu de economie er bitter slecht voorstaat.  De Oegandese shilling is één van de zwakste valuta ter wereld, en door de hoge grondstofprijzen in het land zijn de kosten van levensonderhoud sterk gestegen. JLOS probeert daarom burgers aan te spreken op hun rechtvaardigheidsgevoel. ‘Every Ugandan is a stakeholder in fighting crime,’ staat in het evaluatierapport. Maar het onderwijs, belangrijk in een land waar de gemiddelde leeftijd veertien jaar is, schiet tekort om dat gevoel te cultiveren. Vooralsnog moet de rechterlijke macht het doen met posters en affiches.

Dit artikel verscheen 3 maart 2012 in Vrij Nederland. Zie de site van Jan Banning voor meer.

03/03/2012

Leave a Reply