I Love Fake is een groot, dik boekwerk uit de stal van Blend Bureaux dat de ‘energie van de jeugd viert’. Met weinig tekst en veel paginagrote foto’s: kleine, kleurrijke posters op een ruim a4-formaat. Een flink, op papier gedrukt blog waardoor je niet bladert, maar browst. Doel is een wereldwijde ‘inspiratiegids’ te zijn in de mode- en cultuurindustrie. De beoogde doelgroep zijn jongelingen ‘met goede smaak’, opinievormend en met ‘brand credibility’, leiders in stijl die bij voorkeur iets met mode of kunst doen.

De wereld van I Love Fake wordt bewoond door piepjonge, slanke meisjes met sluike, blonde haren en zachte, lichte huidjes. Meestal kijken ze recht de camera in met een blik die desinteresse, verleiding of stoerheid uitdrukt. Hun roze gestifte lippen gebruiken ze liever om te pruilen dan om te lachen. Och, het leven van een Lolita.

Hun outfits zijn modern, op een jaren negentig revival-/ white trash-/ hipster-/ American Apparel-manier, met gekleurde leggings, korte rokjes, fluoriserende trainingsjacks, housebroeken, bodystockings, kniekousen en strikken in het haar. Ze bewegen zich alleen of in groepen door natuur, gymzalen en meisjeskamers. Er wordt geschreeuwd, getongd en gegromd. En geflasht. De meeste meisjes ontkomen er niet aan tenminste een borst te ontbloten. Och, de jeugd.

In hun wereld lopen ook jongens rond. Ze dragen halflange haren en rafelig geknipte pony’s boven glinsterende jaren zeventigtruien en tweedpakken, de lippen even pruilend als die van de meisjes. Of het zijn bad ass boksers, met tatoeages in de nek en bebloede gezichten. Zij dragen trainingsbroeken, baseballcaps en pleisters.

Om deze meisjes en jongens hangt een zweem van kunst, met opvallende illustraties en artistieke foto’s. De meeste kunstenaars zijn niet veel ouder dan de gefotografeerde modellen – in de twintig, of zelfs nog tieners. Hoe excentrieker, hoe beter, lijkt het uitgangspunt. Geïnterviewd worden onder meer een Slowaakse fotograaf met een voorliefde voor barbies, een collagekunstenares met de roepnaam Prettywhores en een tatoeërende illustratrice die agressieve masturbatiescènes tekent, en afgesneden tepels. ‘Ik luister liever niet naar punk als ik teken, want dan wil ik opstaan en dingen breken, in plaats van zitten en nauwkeurig harige vagina’s tekenen,’ aldus de illustratrice.

Wie al die gewelddadige jeugdelijke arrogantie niet aankan (de op de website aangeraden leefstijdsspanne van 16 tot 40 lijkt me toch wat ruim genomen), bladert terug naar bladzijde 25 en leest het verhaal over luipaard Jeffrey. Jeffrey is het summum van coolheid: hij rockt zijn Ray Ban-zonnebril, hij versiert vrouwen bij de vleet en hij rockt zijn vacht ‘alsof het zijn vacht niet is, maar een schitterende jas die hij zo natuurlijk rockt dat het zijn vacht had kunnen zijn.’ Hij zet uitbundige locaties in vuur en vlam en giet VIP-ruimtes vol champagne. En als hij alle coolheid uit het leven gezogen heeft, besluit hij een god te worden. Waar Jeffrey nu is? ‘In each and every one of us.’
Och, Jeffrey.

 

Deze recensie van I Love Fake verscheen op 23 mei 2012 op Athenaeum.nl

23/05/2012

Leave a Reply