‘Het ging ons om het sprookje’

Een van de films om niet te missen dit najaar is Beasts of the Southern Wild, een knap Cajun-sprookje met in de hoofdrol een zesjarige natuurkracht die je van je voeten blaast. Deze grote verrassing van Sundance en Cannes was de openingsfilm van Film by the Sea, waar ik sprak met scenarioschrijfster Lucy Alibar.

Toen haar vader ziek werd schreef Lucy Alibar Juicy and Delicious, een theaterstuk over een jongetje dat denkt dat zijn wereld instort wanneer zijn vader op sterven ligt. Voor Beasts of the Southern Wild bewerkte Alibar haar eigen stuk tot een filmscript. Daarvoor moest ze het aanpassen aan een heel nieuwe setting – van zuidelijk Georgia naar het gebied onder New Orleans – en deed ze intensief onderzoek.

Het was voor regisseur Benh Zeitlin belangrijk dat de film in dit deel van Amerika zou plaatsvinden, vertelt Alibar. ‘Ik denk dat hij zo aangetrokken was door wat in Louisiana zag na Katrina, hoe mensen vast probeerden te houden aan wat ze kwijtraakten: hun land, hun thuis. Maar de natuurkrachten zijn zoveel sterker dan zij. Mijn theaterstuk gaat heel erg over die worsteling. Niet zozeer over het verlies van een ouder, maar dat gevecht met jezelf om te begrijpen dat er grotere krachten zijn die je leven veranderen.’

Om de omschakeling te maken van Georgia naar Louisiana, woonde ze een dik jaar af en aan op een eiland in de Bayou, een laaggelegen moerasgebied zoals de Bathtub in de film. ‘Benh had een grote voorsprong op mij, want hij woonde daar al lang. Dus ik moest snel en intensief inhalen. Dat was voor mij de enige manier. En ik vond het geweldig, het was zo leuk. De mensen zijn er zo ontzettend vrijgevig en vriendelijk en ze nodigen je bij hen thuis uit. Ik heb er vooral veel rondgevaren en met heel veel mensen gepraat over hun levens op het eiland. En dat zijn zulke ongelooflijke levens, veel van deze mensen stammen ook af van de Houma-indianen. Eigenlijk was deze periode voor mij vooral mond houden en luisteren.

Lucy Alibar

Lucy Alibar

‘Zonder de praktische steun van deze mensen hadden we ook de film niet kunnen maken, want we hadden een krap budget. De kapitein van onze boot, bijvoorbeeld, was onze liaison tussen ons en iedereen in dit gebied. Hij liet ons zien wanneer we het water op konden en terug moesten komen, maar hielp ons ook de dieren te vinden en locaties zoeken, vertelde ons wanneer we het best konden filmen en leerde ons krabben eten.’

Het gebied waar de film werd gedraaid – wat Alibar noemt ‘aan de verkeerde kant van de dijk’, onbeschermd tegen overstromingen – bleek nog altijd een gevoelig onderwerp in de V.S. ‘In Amerika hebben we denk ik een nationaal schuldgevoel, wat overigens heel terecht is, omdat we op de beelden van Katrina hebben gezien hoe we arme mensen in Louisiana behandelen. Dat zit nog altijd in ons bewustzijn en daarom hebben mensen veel meer politieke gesprekken over de film dan onze bedoeling was. Voor ons was het heel belangrijk om een begrip te hebben van hoezeer deze mensen afgesneden zijn van de regering, maar het ging ons om het sprookje dat we daar omheen maakten. Om die reden vind ik de internationale ontvangst meer bevredigend, want buiten Amerika wordt er meer over de film gepraat als een verhaal over angst en liefde, door het leven gaan met liefde in je hart en een krijger zijn, dat soort dingen.

‘Ik zou zelf zeggen dat film gaat over de liefde voor wat jou gemaakt heeft. Het land dat jou gemaakt heeft, je ouders, de cultuur. En dat is waar je aan vast houdt als dingen van je worden afgenomen. Je hoort vaak uitspraken als “je draagt het in je hart”. Maar hoe ziet het er werkelijk uit om aan die liefde vast te houden? Op een bepaalde manier is alles verbonden met de politiek. Maar ik wilde met de film geen politiek statement maken, ik wilde een verhaal vertellen.’

Dat dat verhaal in de kern heel persoonlijk is, daar heeft Alibar geen moeite mee. ‘Dat is wat een schrijver moet doen. Ik heb bijvoorbeeld ook geen idee hoe oorlogsjournalisten zich ertoe kunnen zetten om verslag te doen van zulke afschuwelijke dingen. Maar zij zien dit en voelen zich gedwongen om hierover te vertellen, zodat iedereen weet wat er gebeurt. Ik denk dat dat voor een fictieschrijver een vergelijkbaar proces is: we moeten gewoon vertellen wat er gebeurt.’

 

Dit interview verscheen zondag 23 september 2012 in de dagkrant van Film by the Sea:

Dagkrant Film by the Sea 23 sept 2012

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *