The Alarmist is een nieuw Brits literair tijdschrift dat vooral niet te pretentieus wil zijn. Te veel literaire bladen nemen zichzelf overdreven serieus en het meeste van wat daarin staat is ‘self-indulgent piss’, aldus de editorial. Verwacht met dit magazine dus geen Paris Review, of een exercitie in intelligentie en belezenheid. Liever is The Alarmist nieuw, duister, grappig en een beetje gek.

Dat imago van no-nonsense nieuwigheid met een beetje humor, is sterk doorgevoerd in de presentatie van het blad. Op de achterkant van de cover staat simpelweg ‘back side of front cover’, de editorial is kort en krachtig en de vormgeving is groot en direct. De inhoudsopgave bestaat uit een alfabetische rangschikking van de bijdragende schrijvers, met een klein bio’tje en de paginanummers waarop hun verhalen staan. Lekker overzichtelijk, dus.

De lezer krijgt ook twee hebbedingetjes van The Alarmist: poëzie op een kraskaartje, waarbij je de laatste woorden van het gedicht tevoorschijn moet krassen; en een zwarte ballon met de woorden ‘Fed up with friends constantly letting me down’.

The Alarmist wil ‘the modern trend’ weergeven, zo staat op de website, en met hun uitgave de lezer prikkelen en onderhouden. Als er een trend uit de reeks verhalen kan worden gedestilleerd, dan is het de voorliefde voor ongecensureerde en vaak absurdistische seks en geweld. ‘If I had a pen for a penis, I would write all over your face,’ schrijft Tob Auton. In ‘Bye bye Flatty’ schetst Adam Stoves het afscheid van een veelgebruikt matras, ‘that dirty, forgiveness-less, sperm and piss riddled hag’. Cold Bacon dicht over een pornoregisseur die door de staking van zijn acteurs een reeks amateurs bloot moet stellen aan pornoster Snow White. En in Paul Kavanaghs ‘Babysitting’ wordt er gekotst, gescholden en gemoord door zowel babysitter als kind.

De meeste verhalen zijn in hun stijl even direct als de vormgeving van het blad. Gestript van omslachtige zinnen, uitleg en context zeggen de schrijvers zelden te veel, hooguit iets te weinig. Dat pakt goed uit als de schrijver in een scherpe twist of een slim grapje weet te voorzien.

Dat lukt bijvoorbeeld Lexie Smyth met haar kortjes over respectievelijk een veganist die verliefd wordt op een slager, en een jagende vos die door mensen verkeerd wordt begrepen. Smyth weet met een beperkt aantal zinnen een treffend punt te maken over menselijk gedrag. In andere teksten gaat echter door bondigheid de crux verloren, of is de grap gewoon niet sterk genoeg. Zo werkt ‘Bye bye Flatty’ toe naar wat een spetterend afscheid moet zijn, en verzandt uiteindelijk in een onzinnig einde.

Maar over het algemeen werkt de beknoptheid van de verhalen goed voor The Alarmist. Het past bij haar vorm – sterker nog, de lange verhalen hebben de vormgeving tegen: door de grote bladspiegel en de geometrische lettertypen zijn ze slecht leesbaar. Dit blad lijkt gemaakt voor kort en krachtig. Om op te pakken in de verloren momenten en een paar minuten, of seconden zelfs, je volle aandacht te schenken aan een verhaal. Zonder te worden gehinderd door nonsens, of andermans self-indulgent piss.

 

Deze recensie van The Alarmist verscheen 31 oktober 2012 op Athenaeum.nl

31/10/2012

Leave a Reply