Je kunt geen bericht meer sturen of je doet er een smiley of hashtag bij. Waarom? Zeggen woorden niet genoeg meer?

Er is een aflevering van Curb your Enthusiasm, de tv-serie van komiek Larry David, waarin David op een begrafenis verschijnt met een smiley op zijn voorhoofd. Kort daarvoor was hij zonnend in slaap gevallen en had een boosaardige buurvrouw met zonnebrand het glimlachende gezichtje getekend.

Gevraagd naar wat er op zijn hoof zit, antwoordt hij: ‘I believe they refer to that as a smiley face. They’re frequently used by idiots at the end of e-mails and text messages. Such as, I miss you, smiley face.’

Illustratie: Tammo Schuringa
Illustratie: Tammo Schuringa

Nu is Davids gebrekkige sociale aanpassingsvermogen de premisse van de serie en spelen zijn primitieve technologische vaardigheden een grote rol. Maar hij heeft wel gelijk. Want met een smiley geef je eigenlijk te kennen dat je óf niet handig genoeg bent om jezelf eloquent uit te drukken, óf dat je jouw lezer niet slim genoeg acht om jouw boodschap te begrijpen. Idiot.

Hoewel ik Davids mening over smileys deel (als ze niet voor idioten zijn, dan hooguit voor twaalfjarigen) lukt het me slecht ze te vermijden, blijkt uit een greep uit mijn communicatie van de afgelopen week. Zo whatsappte ik een vriendin die vroeg of ik tijd had voor koffie dat ik dacht van niet: ‘Tenzij ik opschiet. Wat ik niet verwacht :s Maar morgen en overmorgen wel :)’

Een allergische vriend sms’te ik of hij tijdens een etentje mijn logeerhond wel zou verdragen: ‘Of moeten we je dan in de loop van de avond stikkend afvoeren? :)’ Alsof zij zonder extra interpuncties niet begreep dat ik het jammer vond dat ik niet kon koffiedrinken, en blij was dat het er de volgende dagen beter uitzag. Alsof hij niet snapte dat ik het afvoeren als grapje bedoelde. Wat een nodeloze slijtage van de haakjes op mijn toetsenbord. Waarom slaag ik er niet in dit soort leestekens weg te laten?

 

#F***It YOLO

De smiley zoals we die nu kennen, ook wel emoticon (een samenvoeging van emotion en icon), vierde september 2012 zijn dertigste verjaardag. Maar zijn voorgangers stammen al uit de 19de eeuw. In 1881 publiceerde het Ame­ri­kaan­se satirische tijdschrift Puck een ‘typografische studie in passie en emotie’, waarin redacteuren hun cartoonisten aftroefden met gezichtjes van haken, punten en komma’s. Ook zou er een emoticon staan in de verslaggeving van een speech van Abraham Lincoln, in een New York Times van 1862: ‘there is no precedent for your being here yourselves, (applause and laughter ;) and I offer, in justification of myself and you, that I have found nothing in the Constitution against’. Maar of het daar nou echt ging om een knipoog, daar zijn historici het niet over eens.

Scott Fahlman, een informaticus aan de Amerikaanse Carnegie Mellon Universiteit, introduceerde in 1982 de digitale emoticon. Computerwetenschappers op zijn universiteit gebruikten een online mededelingenbord (de Face­book-groep van de jaren ’80) waarop ze dagelijkse rompslomp bespraken. Sommigen hadden moeite de subtiliteiten in elkaars berichtjes te begrijpen. Sarcasme leidde tot discussies, humoristische opmerkingen werden uitgelegd als serieuze waarschuwingen. Fahlman bedacht dus dat grapjes gemarkeerd moesten worden. Aldus zijn bericht op het mededelingenbord van 19 september dat jaar: ‘I propose the following sequence for joke markers: :-) Read it sideways.’

Sinds een paar jaar is er ook de hashtag om te tonen wat je bedoelt. Ooit heette die ‘hekje’, een mysterieus teken op de vaste telefoon van je moeder. Twitter maakte er een instrument van om conversaties te categoriseren aan de hand van steekwoorden. Als je wilt weten wat er over het wereldforum in Davos wordt gezegd, vind je dat met ‘#davos’. Maar inmiddels wordt de hashtag vooral gebruikt om duidelijk te maken wat je bedoelt, als in: ‘Al mijn werk gedaan! #lekkerbezig’. Je kan daar natuurlijk op klikken om te kijken wie er allemaal nog meer ‘lekkerbezig’ zijn, maar de functie van deze hashtag is het extra benadrukken van de boodschap. Voor de volgers die niet begrijpen dat wie al zijn werk gedaan heeft lekker bezig is.

Een paar hashtag-kreten zijn zo effectief dat ze een vaste plek hebben gekregen in het internationale vocabulaire. Zoals #winning, de leus waarmee acteur Charlie Sheen in 2012 een obsceen vrolijke draai aan zijn meltdown gaf. Een melding met #winning is positief. #fail is de tegenhanger van #winning en wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt in berichten over de Nederlandse Spoorwegen als het sneeuwt. Ook is er #YOLO, naar de frase ‘You only live once’, doorgaans gebruikt om aan te geven dat je iets doms doet, maar tenminste wel leeft. Bijvoorbeeld: ‘Crocs met blote voeten in de winter #YOLO’. De kreet werd onsterfelijk toen rapper Ervin McKinness tweette dat hij dronken zijn auto bestuurde met 200 kilometer per uur, ‘#F***It YOLO’, en zich kort daarna te pletter reed. Dat was dan weer #fail.

 

Illustratie: Tammo Schuringa
Illustratie: Tammo Schuringa

STOM LACHJE

‘I can’t stand it,’ klaagt Larry David. ‘Everybody uses them. What, are they going to be in newspapers soon? “The New York Times” headline “unemployment drops”, smiley face?’

We zijn er niet ver vandaan. De nu opgeheven krant De Pers zette al boven elke kop een hashtag met een kreet en op 19 maart berichtte de website van het blad Binnenlands Bestuur dat er voor het eerst een smiley in een officieel collegedocument was verschenen. Een ‘knipoogsmiley’, ingezet door het college van Tilburg: ‘Om onze slechte geografische ligging te verbeteren, kunnen we in de toekomstige structuurvisie 2040 voorstellen Tilburg 40 kilometer te verplaatsen. ;)’ Een dag later bleek uit vervolgonderzoek van NRC-columniste Margriet Oostveen dat de emoticon zich wel vaker voordoet in bestuursdocumenten, vooral Brabantse. De grens tussen officieel en niet-officieel taalgebruik begint te vervagen, zei taalkundige Marc van Oos­tendorp van het Meertens Instituut tegen Binnenlands Bestuur.

Maar was in het Tilburgse document echt een ironieteken nodig? Ik neem toch aan dat niemand dacht dat het verplaatsen van Tilburg een serieuze optie is. Blijkbaar zijn we zo gewend aan overdreven ondubbelzinnigheid dat we zelfs in ons zakelijke schrijven niet meer zonder kunnen. Ik begin zelf nu al bij elke zin te twijfelen of die wel goed begrepen wordt.

De leestekens wandelen langzamerhand ook weg van het toetsenbord, de offlinewereld in. We roepen ‘fail!’ of ‘faal!’ als iemand iets doms doet, ‘winning!’ als we tevreden zijn, en YOLO werd de ondertitel van het rapport over de rellen in Haren. En onlangs ontdekte ik bij het uitschrijven van een interview het stomme lachje dat ik aan het einde van bijna elke zin poneer. Het geluid van een overbodige smiley.

 

OBAMA

Ik hoop dus vurig dat het snel afgelopen is met hashtags en emoticons. Vergeefs, als ik taalkundige Wim Daniëls moet geloven. Werd jongerentaal vóór 1990 enkel gesproken, met de komst van sociale media is het ook geschreven taal geworden. ‘En wat geschreven wordt, beklijft altijd beter, omdat het zichtbaarder is en minder vluchtig. Die hashtag-termen zijn in feite de oude trends van woorden die populair worden, maar nu met veel meer stuwkracht, via trendsetters die zich op internet bewegen. Bovendien kunnen leestekens door gebruikers tactisch worden ingezet en ervoor zorgen dat een woord of een manier van schrijven sneller populair wordt’.

Zoals Obama, die in december ruziemaakte met de Republikeinen over de fiscal cliff. Hij stelde toen dat het middenklassegezinnen 2000 dollar zou kosten als hij zijn zin niet kreeg en gaf er een hashtag aan: #My2K, mijn 2000 dollar. De term werd in no time trending. De Republikeinen begonnen een tegenoffensief met dezelfde hashtag en wisten de toon van de #My2K-berichten sterk te beïnvloeden. Maar Obama was er wel in geslaagd om van My2K een modewoord te maken en die 2000 dollar in de hoofden van het electoraat te prenten.

Een kreet met een hashtag is zo handig als een glimlach bij een dubbelzinnig bericht. Dus smiley en YOLO, die blijven nog wel even.

:(

 

Dit artikel verscheen 6 april in Vrij Nederland

11/04/2013

Leave a Reply