Illustration: ThinkStock
Illustration: ThinkStock


Bewuster leven
lijkt gekaapt door bebaarde hipsters // Maar wat is dan wél een goed antwoord op deze tijd? // Het tijdschrift Kinfolk doet een gooi – maar zijn huisslippers de oplossing?

Wie de post-kredietcrisis-esthetiek nog niet in de vingers heeft, doet er goed aan een Kinfolk open te slaan. Zelfgekweekte wortels; industriële meubels; gebretonstreepte shirts en spijkerbroeken met opgerolde pijpen; een waanzinnig verlangen naar de natuur; woeste klimop, bloemetjes en verse koffie gedronken uit gebutst porselein.

Dit tijdschrift snapt de huidige tijd en toont daar vier keer per jaar een ideale versie van, in een boekwerk van zo’n honderdvijftig pagina’s, gevuld met gefotografeerde voorbeeldlevens. En voorschriften om die na te doen, zoals ‘how to avoid living in a man cave’ (voor alleenstaande mannen) en ‘tips on being the perfect lodger’.

Kinfolk is een indie magazine – een zelfstandig gepubliceerd tijdschrift, de inhoud onafhankelijk van adverteerders – en de grote lieveling van de trendgevoelige lezer. In de kleine drie jaar sinds zijn oprichting is de oplage gegroeid van vijfhonderd naar zeventigduizend, de website trekt inmiddels maandelijks 850 duizend unieke bezoekers. Het blad wordt gedrukt in Canada, op papier zonder glimlaagje – zelf toonbeeld van de natuurlijke leefstijl die het voorstaat. De inhoud reflecteert, in de woorden van de makers, ‘een verlangen terug te gaan naar simpeler tijden’ en ‘een gemeenschap te bouwen rond een gedeelde gevoeligheid’. Het magazine moet een blauwdruk zijn voor een ‘balanced, intentional lifestyle’.

Goed tegen de haastige spoed
Goed voor elkaar, met dat balanced en intentional, want dat is precies het soort kwaliteiten waar we sinds de crisis weer zo naar verlangen. Het was allemaal een beetje te veel materialisme, individualisme en wegwerpmaatschappij. Nu gaan we back to basics, terug naar onze community en maken we het leven weer mindful (waar intentional gewoon een ander woord voor is – en een even vaag begrip).

Het is tijd voor grof katoen, biologische schapenwol en sloophout. Voor ambacht, eerlijke fietsen en koffie, koffie, koffie. En dus zien we overal Kinfolk-mensen: op straat, op Pinterest en Instagram, in Marqt. Te herkennen aan ruwlederen veterschoenen, een vintage horloge, een gestroomlijnd overhemd, een Sandqvist-rugzak en/of een handmatige koffiemaler.
Misschien ben je zelf ook wel een beetje een Kinfolk-mens.

Dat is minder erg dan het klinkt.

Het Kinfolk-leven is mooi en bijzonder aangenaam, omringd door heerlijk, fris voedsel en gelijkgestemden (want dat betekent kinfolk) om dat mee op te eten.

En voor de duidelijkheid: de Kinfolk-mens hoeft geen hipster te zijn. Zijn uiterlijk is wat meer opgepoetst en het ontbreekt hem aan de overdreven ironie die de hipster zo kenmerkt. Die doet nostalgisch met gekke hobby’s (breien, tuba spelen) en citeert de recente geschiedenis met ouderwetse mode en expres lelijke kleding – alles met een vette knipoog. De Kinfolk-mens onthoudt zich van popculturele metaverwijzingen. Als een meisje een boterham met avocado maakt en op haar vintage-fiets naar een meertje pedaalt (zie het Kinfolk-kanaal op Vimeo), doet ze dat oprecht.

Deze levensmodus mag een mooie tegenhanger zijn van de haastige spoed die op de wereld drukt en hele generaties overspannenheid aanpraat. Maar de Kinfolk-mens begeeft zich gevaarlijk dicht op de grens met de documentaire Mensen van nu, dat met hipsterclichés doordrenkte, Amsterdam-centrische portret over een generatie ‘die anders denkt over beter’, in oktober uitgezonden door de VPRO.

Hierin ‘maakt iedereen er wat van’ door te werken als barbier, vracht te verplaatsen per zeilboot en eigen groente in de achtertuin te verbouwen. Het kappen van hippe mannengezichten als een positief antwoord op de crisis.

Nee, géén pretentieus crisisantwoord
Kinfolk heeft een kosmopolitischer perspectief en gevarieerder palet. Het is meer een optimistisch portret van deze tijd dan dat het een antwoord op de malaise pretendeert te zijn.

Maar dit portret toont ook iets geks: in een tijd die blijkbaar roept om herwaardering van de kleine dingen, gemeenschapsgevoel en balans, voeren materialisme en individualisme de boventoon.

Want het kost wat om zo’n Kinfolk-leventje te leiden. Op bladzijde 28 van de nieuwste editie (the Home Issue, nummer elf) staat bijvoorbeeld dat je als je alleen iets voor jezelf kookt, dat heus geen verdrietige burrito hoeft te zijn. De auteur stelt voor dat je in plaats daarvan oesters met mignonette bereidt. Glaasje bubbels erbij, graag.

Een stukje verder vindt de lezer een handleiding voor leuk verhuizen, met aanwijzingen voor een housecooling (‘je hebt misschien je antieke bestek al ingepakt’), een housewarming (gasten dienen een grote mand met biologische specerijen mee te nemen) en foto’s van een Kinfolk-jongen die kartonnen dozen op een peperdure oldtimer bindt – gekleed in knisperend wit overhemd en opgerolde kaki-broekspijpen.

En ondanks alle gemeenschapspraat, is het Kinfolk-leven hoofdzakelijk naar binnen gericht, op het ‘ik’. ‘Er past veel meer leven in een thuis waar lades en linnenkasten niet uitpuilen,’ schrijft Victoria Smith over in je eentje wonen. Sla de bladzijde om en je vindt een betoog voor de huisslipper. Door die te dragen, vindt de auteur, zorg je beter voor je persoonlijke ruimte. In haar huis is het een ‘speciale traditie’ geworden, die ‘rust en vrede in mijn huis brengt.’ Om ieders individualiteit te onderstrepen, staat er onder elk artikel een typering van de schrijver – we zijn allemaal ons eigen merkje.

En dan is er nog het gebrek aan verscheidenheid. Het lijkt, afgaande op de foto’s, wel of deze leefstijl alleen is weggelegd voor jonge, begeerlijke, blanke mensen. De rest is per ongeluk over het hoofd gezien, bekenden de makers – drie twintigers die elkaar kennen van een mormoonse privé-universiteit op Hawaii – in een interview met The New York Times. „Het gaat ons om leven met intentie, nadenken over wat je doet en genieten van de kleine dingen”, zei hoofdredacteur Nathan Williams. „Daartoe heeft iedereen toegang. Nou ja, bijna iedereen.”

Of is dit toch wat ál te blij en naïef?

De Kinfolk-mens vat de tijdgeest, maar zijn blikveld is nogal beperkt. Hij maakt liever de eigen omgeving aangenaam dan dat hij zich op grote schaal om de wereld bekommert. Liever biologisch eten dan demonstreren tegen misstanden. En het moet er vooral een beetje leuk uitzien. Misschien is die binnenwaartse kijk een reactie op de globalisering: nu we allemaal met elkaar in verbinding staan groeit vast de behoefte aan echt contact met wat dichtbij is. Maar is dat ook niet een beetje zelfopgelegde naïviteit? Er gebeurt immers nogal wat in de wereld waar de Kinfolk-mens zich niet in kan vinden.

Niet dat hij per ommegaande provo of beroepsdemonstrant moet worden – dat esthetische, optimistische wereldbeeld staat de huidige tijd veel beter. Maar vooralsnog is het nog een beetje leeg idealisme. Goede intentions weliswaar, maar crisis moet niet alleen leiden tot zelfgekweekte wortels en huisslippers.

De Kinfolk-mens kan beter.

Dit stuk schreef ik in een spijkerbroek met opgerolde pijpen, op mijn met schapenvacht behangen stoel, die op een gebetonverfde vloer staat. Naast mijn laptop staan bloemetjes en een keramieken espressokopje met verse koffie.

Proef Kinfolk, dit staat erin:
Nummer 11 van het blad Kinfolk (voorjaar 2014) was het huizennummer, met onder meer:
Becoming Your Home: a photo essay about merging with the woodwork
Dreaming in Cardboard: a photo essay of homes made from the dreams of children

Het zomernummer van Kinfolk, het ‘zoutwaternummer’, verschijnt deze week. Daarin lees je bijvoorbeeld dit:
High-rise Harvest: a profile of a rooftop salt harvester in Manhattan
Profiles on a sandcastle master and a salt guru
Te koop bij ‘de betere boekhandel’ en via kinfolk.com

Dit artikel verscheen in NRC Next, 5 juni 2014.

05/06/2014

Leave a Reply