Bestaat de sociale media-thriller al? Illustratie: Jan van der Veken
Bestaat de sociale media-thriller al? Illustratie: Jan van der Veken

In de thrillers van dit jaar is er meer dan ooit een glansrol weggelegd voor sociale netwerken. Ontstaat er een nieuw genre?

Kunnen vijf tieners en een grootvader spelenderwijs de dader(s) van een reeks moorden achterhalen, voor de politie van San Francisco dat lukt? In Isabel Allendes thriller Ripper ***** speelt ‘een select groepje zonderlingen die, verdeeld over de wereld, via internet communiceren’ een spelletje genaamd Ripper. Verschuild achter hun avatars – digitale alter ego’s – bediscussiëren aan hun laptop gekluisterde types (want anorectisch, verlamd, hoogbegaafd) de ins en outs van een aantal opmerkelijke moordzaken in de Californische stad. Door die kleinschalige vorm van crowdsourcing lijken ze de recherche steeds een stapje voor te zijn.

In de thrillers van dit jaar is er meer dan ooit een glansrol weggelegd voor sociale netwerken. Tekent zich een nieuw genre af, de sociale media-thriller?

De thrillerschrijver kan in elk geval niet meer om de digitale werkelijkheid heen. Detectivewerk is kantoorwerk en kinderspel geworden nu we allemaal met elkaar verbonden zijn via Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn. ‘Wanneer je denkt aan een privédetective, denk je al snel aan Sherlock Holmes die door donkere steegjes sluipt in achtervolging van een duister personage,’ staat te lezen op de website van het Nederlandse detectivebureau Active CSI.

Maar: ‘Via digitale wegen kan een privédetective al veel te weten komen over een persoon; databases kunnen worden doorzocht, sociale netwerken kunnen worden bekeken en persoonlijke associaties kunnen worden achterhaald.’ Dat ontdekt bijvoorbeeld ook inspecteur Bea-trice Kaspary in Blind verleden (****) van Ursula Poznan-ski: ‘Hij was lid van een film-, een computerspel- en een sciencefictionforum, had een Facebook- en een Twitteraccount en last but not least een eigen blog – dat was alleen al de oogst van de eerste twee pagina’s die Google gaf. Tevreden leunde ze achterover. […] De laatste tijd had Beatrice die internetsporen steeds meer leren waarderen.’

Undercoveractie
Niet alleen voor personages vormen de sociale media een bron van informatie, ook auteurs vinden er steeds vaker inspiratie. Je hoeft maar even online te spieken om op geweldige ideeën voor een spannende plot te komen, juicht thrillerauteur Lori Andrews. ‘Nu zowel smerissen als criminelen sociale netwerken gebruiken om hun werk te doen, liggen potentiële verhaallijnen voor het oprapen,’ blogde ze.

En dan gaat het niet alleen om onvoorzichtige Facebook-posts en tweets van daders en speurders (politie, maar ook amateurs) die een inkijkje kunnen geven in hun motieven en emoties. Sociale media spelen steeds vaker een rol in échte strafzaken en spionage-affaires. Identiteitsdiefstal, intimidatie van getuigen, het verspreiden van al dan niet vervalste informatie, klokkenluiden, aftappen van gegevens: al dat soort affaires hebben inmiddels de kranten gehaald.

Er is zelfs al een zogeheten Facebook-moord geweest, waarbij iemand (er wordt een Nederlander verdacht) een Amerikaans meisje tot zelfmoord dreef door haar jarenlang op de sociale media te achtervolgen. Zoals Andrews schrijft: ‘Vrijwel elk aspect van misdaad en straf kan een social network-twist bevatten.’ 

En een Facebook-moord vraagt natuurlijk om een Facebook-undercoveractie. InBlind verleden meet Kaspary zich een valse online identiteit aan: ‘Ze typte “www.facebook.com” in in het adresvenster van de browser. Daar was het aanmeldingsformulier. Voornaam, achternaam. E-mailadres. […] “Christina” typte ze in. Ze dacht even na en corrigeerde het in “Tina”. Daar kon je nog niet zoveel uit afleiden, dat kon evengoed een verkorting zijn van Bettina, of Martina.’

Wat volgt, is een hoop posts, lange slingers comments en legio likes die gesproken dialogen vervangen. (Nog zo’n kenmerk van thrillers waarin sociale media een rol spelen: stilistische vernieuwing door veelvuldig afbeelden van tweets, posts, likes, mails en comments.)

De hoofdpersoon van Harlan Cobens Ik mis je (*****), rechercheur Kat Donovan, raakt ook verzeild in een sociaal netwerk, maar dan per ongeluk. Een vriendin maakt voor haar een profiel aan op YouAreJustMyType.com, een datingsite die verband blijkt te houden met een reeks gruwelijke misdaden. Dankzij de site kan ze het een en ander hierover achterhalen, maar ze ontdekt ook stukje bij beetje welke gevaren er schuilen in online daten. Je weet nooit wat voor verschrikkelijks er achter die profielfoto schuilt.

 Illustratie: Jan van der Veken
Illustratie: Jan van der Veken

Mindsurf loopt Mona op
De thrillers die zich met sociale media inlaten, wijzen graag op dit soort gevaren. En de grootste bedreiging, zeggen ze, dat zijn we zelf, naïeve dommerds die het de ander zo makkelijk maken alles over ons te weten te komen. Neem Stephen Kings Mr. Mercedes (*****), waarin een psychopaat een vrouw al chattend de dood in drijft – ze had beter moeten weten dan met hem te gaan communiceren. Dit jaar kwam ook Lexicon (****) uit, het debuut van Australiër Max Barry. In Lexiconworden leerlingen aan een exclusieve school opgeleid in ‘overtuigingskracht’. 

Ze leren dat er woorden zijn waarmee je iemands wil kan breken. Welk woord, dat is afhankelijk van het persoonlijkheidstype van het slachtoffer. Er bestaan een paar honderd ‘segmenten’ die alumni van de school, zogeheten dichters, rap weten in schatten. En anders is er een aantal standaardvragen (‘Hou je van honden of katten?’; ‘Wat is je lievelingskleur?’) waar ze een heel eind mee kunnen komen. 

Tegenwoordig verspreiden ze die gewoon via de sociale media, waarna mensen bijna vanzelf hun persoonlijkheid prijsgeven, want wie vindt het niet leuk om even een grappig vragenlijstje in te vullen? Bij elke beantwoorde vraag worden cookies geïnstalleerd, legt een dichter uit. ‘De site kiest automatisch content die gebaseerd is op (…) wat je aandacht vasthoudt en je overtuigingen versterkt, waardoor je de site gaat vertrouwen.’ De site wordt je voornaamste bron van informatie. ‘Boem, die vent heb je in je zak.’

Grimmiger nog wordt het in Dan T. Sehlbergs Mona (****), als een informaticaprofessor Mindsurf verzint, een door gedachten bestuurbaar systeem. Mensen met een fysieke handicap kunnen daarmee op pure hersenkracht over het web surfen. ‘Een intuïtieve en krachtige oplossing voor de communicatie tussen hersens en computer.’ Helaas hebben computers last van virussen, en Mindsurf loopt Mona op, ‘geen gewoon virus waarvan er dertien in een dozijn zaten – het was een meesterwerk. Een eigen levensvorm, gecreëerd voor één doel.’ En helaas probeert de professor zijn uitvinding op zijn eigen vrouw uit.

Dystopisch is het allemaal wel, her en der proef je zelfs wat van Orwells 1984. Barry’s boodschap is bijvoorbeeld duidelijk: we maken het die manipulerende dichters wel erg makkelijk – net als andere, real life vijanden die er baat hebben bij ons goed te kennen.

Een gimmick
Jammer genoeg maken zulke waarschuwingen in Lexicon nauwelijks deel uit van het verhaal zelf, dat eigenlijk heel ergens anders over gaat. Dat is precies de makke van de meeste thrillers die meeliften op de tijdgeest: veel vaker zijn technologie en sociale media een al dan niet realistische gimmick dan dat ze de plot voortdrijven – ook in Ripper wacht de lezer tevergeefs op wat het Ripper-spel nog meer brengt dan een stel slimme nerds.

Sterker nog: als de sociale media (en internet in het algemeen) worden gebruikt, is er in veel gevallen sprake van niet veel meer dan een update van klassieke thriller-elementen. Nu komen vrienden samen op Facebook, vroeger zaten ze gewoon in de bibliotheek. Nu steelt iemand je digitale identiteit, vroeger ging dat met een vervalst paspoort en een pruik. Nu stuurt iemand enge e-mails en posts, vroeger brieven die door de brievenbus kwamen. Nu hack je een computer, vroeger kocht je de archivaris om of martelde je de boekhouder.
Schijnbaar bovennatuurlijke geluiden uit de computer klonken eerder uit de televisie of de radio. Stalkers bestonden ook al vóór de uitvinding van internet. En oké, de moderne detective doet geen auto-achtervolgingen meer maar wordt een follower op Twitter, maar wat is eigenlijk het verschil, behalve dat het daarmee een stuk saaier wordt? Het zijn oude verhalen in een modern jasje, geen totaal nieuwe verhalen.

Misschien komt dat omdat auteurs en personages zelf niet helemaal begrijpen hoe technologie en sociale media werken. ‘Je kent Facebook toch?’ wordt Beatrice Kaspary gevraagd. ‘Een beetje. Ik heb drie jaar geleden een account gehad maar dat heb ik snel weer gewist.’ Ripper is een spelletje voor de pc uit 1996 – van moderne technologie kunnen we dus niet echt spreken. En dan heeft Allende zich nog door haar kleindochter moeten laten inwijden in het spel, blijkt uit haar dankwoord. 

Moderne thrillers mogen dan al wel doorspekt zijn met sociale media, het etiket sociale media-thriller verdienen ze nog niet. Dat zou een nieuw soort verhaal vereisen waarin de sociale media geen bijrol vervullen, maar waarin hun gebruik en hun mogelijkheden tot in al hun consequenties worden doordacht. De vraag is: bestaan er eigenlijk wel plottwists in de virtuele wereld zonder pendant in de werkelijkheid? Dat moet nog blijken.

Je zou kunnen zeggen: In de ultieme social media-thriller speelt alles zich online af, komen daders, slachtoffers en speurders niet meer achter hun computer vandaan, is de tekst in het boek de tekst op het beeldscherm en is virtual dereality geworden. Maar is dat dan nog wel spannend?

Dit artikel verscheen 4 juni 2014 in Vrij Nederland.

08/06/2014

Leave a Reply