Interview Teun van de Keuken: ‘Vertrouw niks en ga zelf koken’

Teun van de Keuken - Foto: Jeroen Hofman

Teun van de Keuken – Foto: Jeroen Hofman


Teun van de Keuken over ‘Puur en eerlijk’ en waarom er zoveel gelogen mag worden over eten. ‘Iedereen zou in zijn privéleven de ‘Keuringsdienst van Waarde’ moeten spelen.’

Teun van de Keuken maakte zijn vrouw eens hard aan het lachen door zichzelf een optimist te noemen. ‘Ze zei dat dat helemaal niet waar was, dat ik een pessimist ben. Maar ik ben een optimistische pessimist. Ik denk dat het allemaal mis gaat, en toch blijf ik tegen de bierkaai vechten.’

Hij toonde ons de huichelarij van voedselproducenten met het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde, van bestuurders in De slag om Brussel en De slag om Nederland en van consumenten door het opzetten van het slaafvrije chocolademerk Tony Chocolonely. En hij is nog steeds niet helemaal afgestompt. Dat hij zich nog wel ergert, soms, blijkt uit zijn zojuist verschenen boek Puur en eerlijk, een verzameling anekdotes en overdenkingen over het ‘pure leven’.

Fel wordt hij als mensen niet gewoon zeggen hoe het zit – wat dat betreft, vindt hij, mogen we allemaal wat feller zijn. Terwijl de scootertjes – die verdomde scootertjes (‘Wat bezielt volwassen mannen om al toeterend het fietspad voor zich op te eisen? Hoort crimineeltje spelen bij de midlifecrisis?’) – langs het terras knallen waar we koffie drinken die hopelijk slaafvrij is, vertraagt hij zijn zinnen als hij een punt wil maken en zondert hij belangrijke woorden af. Als hij op dreef is, maakt hij omtrekkende armbewegingen en trekt hij zijn jack recht.

‘Ik heb zelf ooit een zaak aangespannen over cantharellensoep, want ik was er samen met een expert achter gekomen dat er niet meer dan één cantharel in zat. Die soep had cantharelsoep moeten heten’

Grootste ergernis: het keurmerk. Symbool voor wat er allemaal mis is met de voedselindustrie. ‘Ik ben er gewoon tégen. Ik kies bewust, het keurmerk der keurmerken, is zo ironisch. Door klakkeloos een product met dat stempel te kopen, kies je bewust?

En Puur en eerlijk, ook zo raar. Volgens mij heeft Albert Heijn op een gegeven moment bedacht: zo lastig, al die bestaande keurmerken. Wij moeten gewoon één zo’n stempel hebben dat zegt dat je altijd goed zit als je het koopt. Maar dat klopt in feite niet. “Puur” impliceert dat het biologisch is, puur natuur. En “eerlijk” dat het onder sympathieke arbeidsomstandigheden is gemaakt. Biologisch én fairtrade, dus. Maar dat is eigenlijk nooit zo, het is hooguit puur óf eerlijk. Dat zou erop moeten staan. Desnoods “puur en/of eerlijk”. Dat keurmerk is een leugen.’

Mag Albert Heijn zomaar tegen ons liegen?

‘Er mag behoorlijk veel gelogen worden. Ik zou wel naar de Reclame Code Commissie kunnen stappen en klagen dat Albert Heijn z’n producten ten onrechte puur en eerlijk noemt. Maar in die commissie zitten ook vertegenwoordigers van de industrie, die overtuig je niet zomaar. Ik heb zelf ooit een zaak aangespannen over cantharellensoep, want ik was er samen met een expert achter gekomen dat er niet meer dan één cantharel in zat. Die soep had cantharelsoep moeten heten. Maar dat is helemaal niet goed gegaan. Ik werd afgepoeierd, moest heel veel geld betalen voor zo’n zaak en had er uiteindelijk de energie niet meer voor.

Soms werkt het wel. In een uitzending van deKeuringsdienst van Waarde bleek dat er os noch staart in de ossenstaartsoep zat. Ja, zeiden Unox en Albert Heijn, maar het heeft het gevoel en de beleving van echte ossenstaartsoep. Toch hebben ze allebei toegezegd er iets aan te doen: de een zou de naam veranderen, de ander het product, nog voordat we naar de Commissie stapten. Je zou dus een kans hebben iets aan dat “puur en eerlijk” te veranderen. Maar zolang niemand klaagt, mag je liegen.’

‘Als ergens een keurmerk op staat, of een mooi plaatje, geeft dat de consument een goed gevoel’

Wil de consument niet ook heel graag zo’n keurmerk?

‘Eigenlijk zijn wij niet geïnteresseerd in waar ons voedsel of onze kleren vandaan komen, maar’ – en hier vertraagt Van de Keuken zijn woorden even – ‘wij willen wél een goed gevoel hebben. Als ergens een keurmerk op staat, of een mooi plaatje, geeft dat de consument een goed gevoel. Hij wil niet lastig worden gevallen met hoe het echt zit. Die heeft net eieren gekocht van een scharrelkip die volgens het plaatje rondloopt tussen de weilanden met een kerktoren daarachter. Die heeft iets dat puur en eerlijk is, kan gewoon niet beter. Maar die kip leeft helemaal niet zoals op dat plaatje.’

Is dat hypocriet van die consument?

‘Nou ja, gemakzuchtig. Dat keurmerk geeft hem het idee dat hij zich niet verder hoeft te verdiepen. Maar als hij echt begaan is, dan moet dat dus wel. Een biologisch varken heeft als ik het goed heb in de stal 1,3 vierkante meter ter beschikking, en dan mag hij door een luikje lopen voor nog twee à drie vierkante meter buiten. Van biologisch stel je je toch voor dat dat varken door de bossen rondloopt of een heel veld mag omwroeten.

Dat keurmerk geeft ook de industrie de mogelijkheid te zeggen: ik voldoe aan de eisen van het keurmerk, dus ik hoef het ook niet beter te maken. En producenten moeten betalen voor hun keurmerk, daarmee wordt hun product duurder. En dan denkt vervolgens de winkelier er nóg vijftig cent meer voor te kunnen vragen vanwege dat keurmerk. Voor je het weet, betaal je een euro meer voor een fairtrade-product, waarvan misschien maar één cent bij de boer terechtkomt.
Keurmerken zouden het makkelijker moeten maken een eigen keuze te maken. Maar omdat ze niet tonen hoe iets werkelijk is geproduceerd, maken ze het alleen maar moeilijker.’

‘Ik heb mezelf destijds aangeklaagd omdat ik chocola kocht die was geproduceerd met behulp van slaven’

Wiens verantwoordelijkheid is dat?

‘De verantwoordelijkheid ligt in de eerste plaats bij de producent van het voedsel en moet afgedwongen worden door de consument.’

Door de consument? Niet door de overheid?

‘Ik heb mezelf destijds aangeklaagd omdat ik chocola kocht die was geproduceerd met behulp van slaven. Slavernij is gewoon illegaal, we hebben daar verdragen over met allerlei landen. Daar zou de overheid tegen moeten optreden, maar tegelijkertijd zijn al dit soort zaken een spel tussen overheden, consumenten en producenten. Producenten zeggen iets te doen omdat de consument het wil en onttrekken zich daarmee aan hun eigen verantwoordelijkheid.’

In ‘Puur en eerlijk’ beschrijft u hoe u een tijdje probeerde te leven volgens het Britse principe ‘If it’s yellow, let it mellow, if it’s brown, flush it down’: plas moet in de wc-pot blijven liggen tot er ook een drol wordt doorgetrokken. Om water uit te sparen. Maar de stank werd u teveel: ‘Alleen een Engelse viezerik is in staat dit vol te houden.’ Zo makkelijk is het dus niet om als consument verantwoordelijkheid te nemen.
‘De titel van het boek reflecteert ook mijn streven om puur en eerlijk door het leven te gaan, maar dat is heel erg lastig. We modderen allemaal ook wat maar aan in dit aardse tranendal. Ik wil nooit zeggen dat ik het zelf wel goed doe, want als je dat doet, ben je al verloren. Zoals U2 die hier in Amsterdam een hoofdkantoor heeft om zo min mogelijk belasting te betalen. Maar ze preken wel de hele tijd goedheid en wereldvrede. Of de campagnedirecteur van Greenpeace, die per vliegtuig pendelde tussen Amsterdam en Luxemburg. Enorm gênant. In een politieke partij zou zo iemand binnen een week zijn opgestapt omdat zijn positie onhoudbaar is geworden. Maar dat is daar dan kennelijk niet zo.

Ik wantrouw altijd de mensen die zich in de goede hoek plaatsen. Dan is het zuiverder als het je niet interesseert en je gewoon eerlijk zegt: ik vind deze plofkip lekker en het is niet te duur. Ik wil ook juist geen algemeen geldende uitspraken doen, bijvoorbeeld dat we allemaal biologisch moeten eten. Dat vind ik een individuele keuze. Behalve dan over scooters, die moeten wel gewoon weg.’

Eigenlijk zouden ze die dj’s in dat glazen huis moeten opsluiten zonder bekend te maken voor hoe lang

En als je de plofkip niet lekker vindt, of de cantharelsoep, maar ook te lui bent om daar echt onderzoek naar te doen?

‘Kijk op de verpakking naar de achterkant in plaats van de voorkant, als je wilt weten waar je aan toe bent. De voorkant is waar de fabrikant een verhaaltje mag verzinnen. “Volgens grootmoeders recept”, bijvoorbeeld, of “ambachtelijk gemaakt”. En op de achterkant zie je dan dat er tachtig ingrediënten in die soep zitten. Die had je grootmoeder echt niet in huis.’

Maar daar staat niet wat ‘biologisch’ nou echt betekent, of ‘scharrel’.

‘Inderdaad, dat zijn gedefinieerde termen waarvan je dan net de betekenis zou moeten kennen. Waar ik naartoe wil in plaats van die keurmerken, is dat de fabrikant openheid moet geven over hoe voedsel wordt geproduceerd en waar het vandaan komt en hoeveel geld hij aan de boer geeft. Stel je voor dat op de verpakking zou staan: dit varken krijgt geen biologisch voer, dus is niet biologisch, maar hij heeft wel zoveel ruimte gehad. Dan kun je zelf bepalen of je dat oké vindt. Of: deze kip is zes maanden oud geworden en heeft met duizend andere kippen in een stal gezeten. Dan kun je als consument je eigen afweging maken. Als je dat zou weten, heb je al die begrippen niet meer nodig.’

Het rare is: mensen rennen naar de supermarkt, gooien een kar vol en proppen dat allemaal in hun mond zonder dat ze er iets van weten. En naar een nieuwe spijkerbroek zijn ze wel een halve dag aan het zoeken

En tot die openheid er is?

‘Stel vragen! Iedereen zou in zijn privéleven de Keuringsdienst van Waarde moeten spelen. Dat is ook fijn omdat de slager dan merkt dat je geïnteresseerd bent. Krijg je altijd de beste stukjes vlees. En kóók. Er bestaat kook-angst in Nederland. Daarom vinden we het ook zo moeilijk om geen vlees te eten. Ook de hoogopgeleiden, hoor. In de UvA-kantine probeerden ze eens Meatless monday te introduceren, maar mensen kwamen echt in opstand. In de VPRO-kantine hetzelfde verhaal. Veel mensen zitten nog in het aardappelen-vlees-groenten-patroon. Als je dat niet kan maken, dan moet je echt gaan koken. Anders ontbreekt er iets. Ik vroeg een keer aan studenten van de School voor Journalistiek in Zwolle wat ze maakten en kookten. Allemaal stoommaaltijden van de AH die hartstikke zout zijn en heel duur, en niemand kon überhaupt koken.

Het rare is: mensen rennen naar de supermarkt, gooien een kar vol en proppen dat allemaal in hun mond zonder dat ze er iets van weten. En naar een nieuwe spijkerbroek zijn ze wel een halve dag aan het zoeken. Wat je in je mond stopt, is toch veel belangrijker, daar is je hele welbevinden mee gemoeid.
De normale band tussen verkoper en klant is er helemaal niet meer, daar wil ik naar terug. Van makelaars wil je weten of de fundering van een huis goed is, het dak goed, geen heroïneopvang ernaast. En als je eten koopt, stop je het maar onbevraagd in je mond.’

Dus: kook, red jezelf en de wereld?

‘Ja! Dat is uiteindelijk misschien – ik weet niet of ik daar blij mee ben – een vrij liberale boodschap. Dat de verantwoordelijkheid toch bij het individu ligt. Alleen verwacht ik van dat individu wel dat hij die verantwoordelijkheid ook neemt. Zelfverheffing door je te verdiepen.’

Consumenten hebben geen vrije keus, zei de Koreaanse filosoof Byung-Chul Han onlangs in VN. ‘We zijn knechten van het kapitaal en van de consumptie.’ Daar bent u het dan zeker niet mee eens?

‘Nee. Als consument heb je juist van alles te kiezen. Dat deze filosoof zo’n uitspraak kan doen, is het bewijs dat het individu zelf kan nadenken – dat doet hij tenslotte zelf ook. Dat vermogen van het individu is er, en dat moeten we stimuleren.’

Genieten

Van de Keuken groeide op in een zeer milieubewust gezin: boodschappen deden zijn ouders bij wat toen nog de reformwinkel heette en niets werd zomaar weggegooid. Zijn moeder kookt nog steeds in dezelfde Finse pan als dertig jaar geleden. Van de Keuken vertelt hoe zijn vader Johan, de befaamde documentairemaker, eens woedend werd op zijn moeder omdat zij een verrassingsetentje in Parijs voor hem gepland had. ‘Dat moest afgezegd. Hij vond het maar decadent, als andere mensen het zoveel slechter hadden.’ Zelf is Teun van de Keuken lang niet zo extreem: ‘Voor mij heeft eten ook wel heel erg met genieten te maken.’

Foto: Jeroen Hofman. 'Voor je het weet, betaal je een euro meer voor een fairtrade-product, waarvan misschien maar één cent bij de boer terechtkomt.'

Foto: Jeroen Hofman. ‘Voor je het weet, betaal je een euro meer voor een fairtrade-product, waarvan misschien maar één cent bij de boer terechtkomt.’


‘Nu is het heel makkelijk om milieubewust te zijn,’ schrijft u in uw boek. Hoe is dat veranderd?

‘Wij gingen destijds naar een natuurwinkel, die heette de Manna. Het leek daar wel of alles gericht was op een zo onaantrekkelijk mogelijke presentatie. De mensen die er werkten, waren heel erg ongewassen, met klitten in hun haar en dikke, harige truien.’

‘Een Groene partij in Nederland zou ook beter zijn dan GroenLinks’

Die zijn er nog steeds wel.

‘Maar nu is het hip om er zo uit te zien. Dat personeel zag er heel ongezond uit, met een zeer bleke huid. Alsof ze er bloedarmoede verkochten. En dan de totaal onappetijtelijke groente. Vaak met wormpjes erin, dat was extra biologisch. Alles lag rommelig in grote kratten – misschien is dat nu ook weer tof. Je had er keihard zuurdesembrood waar je je kiezen op kapot beet. Niet zoals nu van Vlaamsch Broodhuys, maar met een echte zure smaak. Als er een vriendje kwam eten, geneerde ik me voor het rare voedsel dat wij hadden. Ik weet nog dat ik eens bij de buren was, die maakten gehaktballen met een half pak boter erin. Ach, wat vond ik dat allemaal heerlijk. En witbrood!

Toen gold: als het biologisch was, dan was het vies. En vies was goed, want we waren bezig de wereld te redden. Er zat een calvinistisch genoegen in, een idee van zelfkastijding. Wij doen de wereld zoveel leed aan, laten we wat terugdoen door vies eten te eten.’

Nu doen we dat wereldwijd door ijswater over ons heen te gooien in het kader van de Ice Bucket Challenge tegen de ziekte ALS.

‘Dit zijn weer die mensen die zichzelf in de goede hoek plaatsen. Dat irriteert me. En ik geloof niet dat je zelf moet lijden om het leed in de wereld aan de kaak te stellen. Het past in de categorie van dj-miljonairs die zich een paar dagen in een glazen huis opsluiten en zelf niet eten om iets te doen aan de honger in de wereld. Of mensen die in de Nacht van de Vluchteling kilometers lange tochten lopen op blote voeten, tegen de vluchtelingenproblematiek. Ik vind het pervers. Alsof je het leed van die mensen kan navoelen met een nachtje lopen. Je weet dat je daarna lekker in je eigen bedje kan liggen. Eigenlijk zouden ze die dj’s in dat glazen huis moeten opsluiten zonder bekend te maken voor hoe lang.’

Mist u de milieumartelaars van vroeger?

‘Nee. Er is natuurlijk wel iets verloren gegaan, nu we die onterechte stempels hebben dat je milieuvriendelijk bezig bent. Tegelijkertijd: met dat martelaarschap schieten we niets op. Het is een somber verhaal met vies eten, dus commercieel blijft dat een niche. Dat is leuk aan de generatie na mij, twintigers en dertigers die nadenken wat ze zelf kunnen doen en dat uitproberen – wat Vrij Nederland dan “radicale vernieuwers” noemt. Die verzinnen alternatieven die ook lekker of leuk of plezierig zijn, die moeten we omarmen. Kijk bij initiatieven als het Strawberry Festival, of Film Food Festival. Daar komen honderden knappe jongens en meisjes van in de twintig op af, die doen allemaal mee met het debat. Vervolgens gaat de bar open en wordt er gedanst.’

Dus je kunt de wereld verbeteren en genieten tegelijkertijd?

‘Ja. Als dat dansen begint, ga ik meestal wel naar huis, maar dat is omdat ik een oude man ben.’

 

Is imago belangrijk voor milieubewustzijn?

‘Ja. Daarom zou een Groene partij in Nederland ook beter zijn dan GroenLinks. Ik zou niet weten waarom het zoeken naar alternatieven voor olie en gas per se links is. Nu denken veel mensen dat groen links is. En als ze dan niet van links houden, houden ze dus ook niet van groen. Rutte had als kersverse leider van de VVD het plan om zijn partij een soort GroenRechts te maken. Nooit meer wat van gehoord.’

En dan heeft ex-Greenpeace-man Samsom ook nog zijn groene veren afgeschud.

‘Dat was een teleurstelling voor mij. Net als Wim Kok, die als commissaris allerlei bonussen goedkeurt terwijl hij daarvoor nog kritiek had op de “exhibitionistische zelfverrijking” van bedrijfsbestuurders. Er wordt te veel gedraaid. Dat geldt voor zowel voedselproducenten als de politiek. Nederlandse politici slaan anti-Brusselse taal uit terwijl ze in Brussel met alles instemmen. Dat creëert wantrouwen, omdat de meeste mensen het wel doorhebben. Net zoals de meeste mensen wel snappen dat die cake niet volgens grootmoeders recept is gemaakt als er vijftig ingrediënten in zitten.’

Al zal de Albert Heijn toch niet zo gewantrouwd worden. Met die leuke filiaalmanager op tv.

‘Die haat ik.’ Van de Keuken braakt een aantal klanken die zijn walging uitdrukken: ‘Oempf. Grr. Ugh.’
‘Misschien klopt het wel dat we de Albert Heijn nog vertrouwen. Dat we met voedsel al zo afgestompt zijn dat we denken dat dat ambachtelijke heus niet waar is, maar op een subliminaal niveau dat toch geloven en dus kopen. En bij politiek verwachten we ergens nog dat de mensen de waarheid spreken. Ik zeg dus: vertrouw niks. Tenminste, zoek het zelf even uit. Stop met klakkeloos vertrouwen van wat dan ook.’
Hij moet er een beetje om lachen.

En ga zelf koken.

‘En ga zelf koken.’

Puur en Eerlijk cover

Puur en Eerlijk cover

Teun van de Keuken, ‘Puur en eerlijk’, 192 pagina’s, Thomas Rap, september 2014

Dit artikel verscheen 12 september 2014 in Vrij Nederland.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *