Brainpark Eindhoven - Foto: Eddo Hartmann
Brainpark Eindhoven – Foto: Eddo Hartmann

Een knooppunt van tech-startups: in Twente en Eindhoven willen ze graag ‘het Nederlandse Silicon Valley’ zijn. Maar als puntje bij paaltje komt, vertrekken de echt ambitieuze jonge innovators naar het echte Silicon Valley.

Het setje is bijna compleet. Voor me in de bus zit een gezette jonge man, zijn lange ongekamde haar samengebonden in een paardenstaart. Als zijn telefoon afgaat, klinkt duister deathmetal-gegorgel. Rechts tuurt een lange, magere knul ernstig naar zijn opengeklapte MacBook, zijn vingers rikketikken op het zwarte toetsenbord. En als bij de volgende halte de deuren openschuiven, komt er samen met een vleug Enschedese boslucht een slanke Aziaat de bus in.

Ze lijken wel gecast voor de HBO-serie Silicon Valley, een satirische comedy over de titelgevende regio in Californië, het meest begeerde plekje ter wereld. De baas van een groot softwarebedrijf kijkt daarin gebiologeerd uit het raam van zijn luxe kantoor. ‘Zo raar. Programmeurs begeven zich altijd in groepjes van vijf. Er is altijd een lange dunne blanke jongen, een kleine dunne Aziatische jongen, een dikke jongen met een paardenstaart, een jongen met gekke gezichtsbegroeiing en een Indiase jongen. Het lijkt wel of ze ruilen tot ze het juiste groepje hebben.’

Innovate, accelerate, Disrupt
Een beetje stigmatiserend, maar op weg naar Kennispark Twente ben ik blijkbaar op zoek naar tekenen dat ik me in de buurt van een soort Silicon Valley bevind. Twente is namelijk ‘hard op weg het Silicon Valley van Europa te worden’, concludeerden achtereenvolgens de omroepen BNR, RTV Oost en het Kennispark zelf na het verschijnen van een rapport van KPMG eind maart. Daarin wordt de geboortegrond van Booking.com en Thuisbezorgd.nl genoemd als derde ‘competitieve regio’, na Londen en Manchester.

‘Het Silicon Valley van’: toverwoorden. De aantrekkingskracht van de Californische vallei – het mondiale centrum van de zegevierende technologiesector waar giganten als Google, Apple en Facebook zetelen – is mythisch. Daar gebeurt het, gaat het goed, komen al die begeerlijke spulletjes vandaan. De zon schijnt er nagenoeg altijd en de huidige economie maakt mensen daar stinkend rijk. Stin-kend.

De terminologie van de techwereld (startup, innovation, accelerator, tech, disruptive) klinkt ontzettend sexy en er is een niet stuiten cultus van de nerd ontstaan. Op primetime televisie luistert Matthijs van Nieuwkerk met glimmende oogjes naar hoogbegaafde techno-kinderen en Alexander Klöpping die over zijn expeditie in Silicon Valley vertelt. Miljoenen fans kijken dagelijks door hun dikgemontuurde brillen naar herhalingen van de The Big Bang Theory, een sitcom over een stel onaangepaste nerds, die een paar van de best betaalde tv-sterren van het moment heeft voortgebracht.

Brabantse Branie: 'Twente is ook een mooie regio. Maar dit is industriëler.' Foto Eddo Hartmann
Brabantse Branie: ‘Twente is ook een mooie regio. Maar dit is industriëler.’ Foto Eddo Hartmann

Dus koestert een groot aantal steden en regio’s dezelfde wens: een hub (knooppunt) worden voor tech-startups. Innovate, accelerate, disrupt. Austin, Bangalore, Boston, Brno, Cairo, Chicago, Detroit, Dublin, Kigali (Rwanda), Konza Technology City (Kenia), Londen, Peking, Santiago, Singapore, Skolkovo (Rusland), Sidney, Tel Aviv en Toronto zijn maar een paar van de plaatsen die al eens het nieuwe, volgende of nationale Silicon Valley zijn genoemd. ‘Berlijn heeft geen stempel,’ zei een Duitse ondernemer met sneakers en een Tesla vorige maand tegen Vrij Nederland. ‘Dat moeten startups worden.’ In Las Vegas stopt Tony Hsieh, CEO van online mega-kledingwinkel Zappos, 350 miljoen dollar in een prestigeproject om van Las Vegas een nirvana voor tech-bedrijfjes te maken.

In Nederland legt de gemeente Amsterdam 50 miljoen euro neer om het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology naar het Amsterdamse Science Park te halen. Maar ook Rotterdam, Delft, Den Haag, Leiden, Utrecht, Eindhoven en Twente gaan op een of andere manier op voor de titel ‘Het Silicon Valley van’. Ondernemersvereniging ONL riep minister Kamp afgelopen maart op om van Nederland ‘het Silicon Valley van Europa’ te maken.

Eigenlijk past dat wel
Janinka Feenstra van Kennispark Twente wacht me op in een gebouw dat The Gallery heet. In de witgeverfde centrale hal staan futuristische vitrinekasten die de hier ontsproten uitvindingen tentoonstellen. Het is een stuk stiller dan je van een bedrijvige tech-hub zou verwachten, maar dat is misschien omdat het midden in augustus is.

Kennispark Twente is opgericht en wordt betaald door de Universiteit Twente en Hogeschool Saxion, de provincie, regio Twente en de gemeente Enschede om de plaatselijke economie te stimuleren met 10.000 nieuwe banen voor hoogopgeleid personeel. Kernwoorden: innovate en accelerate. Dat wil zeggen dat Twente een handje helpt met de groei van je innoverende bedrijf.

De bedrijven die hier zitten, richten zich veelal op ‘high tech systems’ en ‘smart materials’. Vroeger was de textielindustrie de motor van Twentse economie, maar in de jaren zestig vond daarin een grote teloorgang plaats. Het regionale bestuur besloot toen in te zetten op ‘de hogere kant van de arbeidsmarkt’ met een universiteit.

‘Gemiddeld genomen ontstaan in Twente veel meer hightech bedrijfjes dan in Amsterdam’

In de kantine zegt directeur Marjan Weekhout dat ze er zelf niet op waren gekomen zich het Valley-labeltje aan te meten. Twentse bescheidenheid. ‘Dat zouden wij nooit doen, dat is dus typisch Twents. Maar door de publiciteit rond het KPMG-rapport dachten wij: eigenlijk past dat ook wel.’ Ze merken dat met het labeltje veel aandacht gepaard gaat. ‘Op het moment leidt het tot een verdubbeling in de interesse die bedrijven in ons tonen. We leiden meer delegaties rond, onze ontwikkelingsmaatschappij krijgt meer verzoeken om informatie, we krijgen meer telefoontjes. Het geeft echt een focus op deze regio.’

Alleszins terecht, vindt ze. ‘Als er in Eindhoven of Amsterdam een goede prestatie aanstaande is, begint men die alvast te claimen, ze hebben daar een sterke lobby. Maar gemiddeld genomen ontstaan hier veel meer bedrijfjes op hightech gebied dan daar.’

De rating van het KPMG-rapport kreeg Twente vooral op basis van ‘vestigingsplaatskosten’. Veel kennis en faciliteiten, aldus Weekhout, ‘alles tegen een acceptabele prijs.’ Ze verwijst ook graag naar een jaarlijks rapport van Buck Consultants waarin ze hoog scoren vanwege het ondernemingsklimaat, dat de universiteit en hogeschool proberen aan te moedigen met advies, financiering en zelfs huisvesting. Stafmedewerkers dienen hun uitvindingen zoveel mogelijk te commercialiseren. En als ze straks introstudenten over de vloer krijgen, zegt Janinka Feenstra, hebben ze een ‘challenge’: ‘Wie als eerste geld kan verdienen met een fietspomp, wint. We willen het ze in de oren knopen: als je wilt ondernemen, zit je hier goed.’

Later leidt Feenstra me over de Innovatiecampus (nog zo’n woord uit het ‘Silicon Valley van’-lexicon: campus), een bebost park met gedeeltelijk opgeknapte jaren-zestiggebouwen, naar de High Tech Factory. Hier huizen 46 kantoren, twintig laboratoria, een paar vergaderzalen en kantines en dertien ‘clean room units’. Dat zijn intens schone omgevingen waar producten worden gemaakt van ongeveer een miljoenste millimeter.

Foto: Eddo Hartmann
Foto: Eddo Hartmann

Samen met Tom Hassing, die hier een bedrijf in microfluïdica bestiert, turen we door een dik raam de clean room in waar zijn werknemers als austronauten zijn ingepakt in witte beschermende pakken. Hassing, die hier zelf ooit studeerde, zegt gecharmeerd te zijn van de High Tech Factory ‘omdat de flexibiliteit hier aansluit op de grillige groeicurve van mijn bedrijf’. Hij heeft mensen van vijftien nationaliteiten in dienst en plaats voor zowel WO’ers en HBO’ers als lager geschoolden. Alleen: ‘Het is wel moeilijk aan mensen te komen. Ik snap niet dat we niet zichtbaarder zijn, de werkloosheid is toch hoog hier in de regio.’

Een Taiwanese filmcrew
Eindhoven heeft ook een campus. De High Tech Campus op een voormalig Philipsterrein strekt zich uit langs ‘de Strip’, een lange laan met gras en loofbomen en aan weerszijden gebouwen van een paar verdiepingen. Robin de Ruiter van Brainport Eindhoven wijst me op de ‘eigen Starbucks’: ‘Het is echt een community hier.’ De community bevat tevens een Indiaas restaurant, ‘omdat hier heel veel Indiase mensen zitten.’

Ze doen hun best hier een echt Silicon Valley-sfeertje te bewerkstelligen, wordt me verteld tijdens een lunch met tramezzine, minestrone, ravioli en Pellegrino. Daar is ook ondernemer Marco Koenen aangeschoven, die het hoofdkwartier van zijn bedrijf JSB in Eindhoven heeft zitten en ‘veel zin heeft’ de productie er ook heen te verhuizen vanuit Lelystad. ‘Hier zit veel hoogopgeleid personeel dat weet waar het over gaat. Niets negatiefs over Twente, dat is ook een mooie regio. Maar dit is industriëler, er zit meer ontwikkel- en innovatiebouw achter. Meer budget ook.’

Bescheidenheid is geen issue hier. Brainport, de regio rond Eindhoven, kreeg in 2011 de titel ‘Slimste regio van de wereld’. Het zou na Londen en Helsinki het beste investeringsklimaat van Europa hebben, volgens de Financial Times. Ik word er tijdens de lunch meermaals op gewezen dat deze regio de grootste patentdichtheid ter wereld heeft en 37 procent van alle Nederlandse patenten levert. Bedrijven als Ernst & Young doen programma’s waarvoor mensen vanuit de hele wereld worden ingevlogen. Brainport heeft lobbykantoren in Den Haag en Brussel. Volgens een folder die Robin de Ruiter me van tevoren stuurde, het ‘Brainport kernverhaal’, is de High Tech Campus de slimste vierkante kilometer van Nederland. Er werken zo’n tienduizend onderzoekers, ontwikkelaars en ondernemers. Net heeft hier nog een Taiwanese filmcrew twee weken rondgehangen voor een documentaireserie over nieuwe Silicon Valleys.

‘In Amerika heb je, als je al een keer failliet bent gegaan, een pre bij een investeerder, want dan weet je waar het verkeerd kan gaan’

Directeur Imke Carsouw, een veertiger met het haar opgestoken en een riante shawl om haar schouders, vindt de huidige nerd-cultus ‘héél erg terecht’. ‘Sterker nog: het is natuurlijk raar dat nerds zo lang in het verdómhoekje hebben gezeten.’ Bij ‘dom’ schiet haar stem omhoog.

‘Silicon Valley is een soort Pamper,’ zegt Carsouw. Daarmee bedoelt ze een merknaam die een soortnaam wordt. ‘Silicon Valley is synoniem voor ondernemerschap en vernieuwing en geld en energie.’ Dat Brainport wel eens Silicon Valley wordt genoemd, zegt Carsouw niet zo interessant te vinden, maar ze kan een paar kenmerken noemen die Brainport de titel kunnen hebben opgeleverd. ‘Een grote samenballing van kennis, de private R&D (Research & Development) hier is de stevigste van heel Nederland, en ondernemersgeest. Er starten hier vrij veel ondernemers.’

Volgens het ‘kernverhaal’ is het Brainport-succes ook te danken aan ‘een Brabantse manier van doen’. Als ik vraag wat dat precies is, wordt het even stil aan de vergadertafel in het Brainport-hoofdkwartier. Brabants, wordt uiteindelijk besloten, betekent samenwerken. ‘En een behoorlijk gezonde ondernemerszin.’ Carsouw vertelt over ‘de cultuur van de arme zandgronden’: ‘Er zijn hier nauwelijks natuurlijke hulpbronnen, dus in het vroege verleden moesten mensen al samenwerken: arbeiders, kerk, bedrijven en scholen. Op die cultuur van dat-doen-we-samen plakken we nu het label open innovatief.’

Ondernemerschap, hightech, R&D: het Brabantse verhaal verschilt niet zo veel van het Twentse. En ook hier begon het bij een in elkaar gezakte maakindustrie. Grond waar niets op kan groeien in een gebied waar geen grote rivieren of knooppunten zijn, is goedkoop. Philips en DAF zetten er daarom fabrieken neer en werden de economische motoren van de regio. Dat liep mis in de jaren negentig: DAF ging failliet, Philips deed een grote reorganisatie en 36.000 arbeidsplaatsen gingen verloren, een kwart van de arbeidsmarkt. De toenmalige burgemeester van Eindhoven, Rein Welschen, bedacht met een paar andere bestuurders dat overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven moesten gaan samenwerken en legde de basis voor wat sinds 2005 Brainport heet. Dat mondde uit in een groot feest der technologische ondernemersdrift.

Maar tech-ondernemerszin maakt nog geen Silicon Valley.

Foto: Eddo Hartmann
Foto: Eddo Hartmann

Het Californische Silicon Valley-succesverhaal wordt wel verklaard aan de hand van een aantal gunstige historische factoren. Zoals de makkelijke toestroom van onderzoeksgeld, mogelijk gemaakt door de Koude Oorlog. De Verenigde Staten waren toen alert op het potentieel dat nieuwe technologieën hadden om wapens voort te brengen en staken graag geld in technologische projecten, al waren die nog zo onzeker. In Silicon Valley, dat al een stevige technologische infrastructuur had dankzij bepaalde bedrijven, een onderzoeksbasis van de marine en twee topuniversiteiten (Stanford en Berkeley), kwamen veel van die fondsen terecht.

Ook investeringsgeld rolde er makkelijk binnen doordat veel ondernemers (onder wie Steve Jobs en Steve Wozniak) als hobbyisten waren begonnen, niet als academicus of zakenman. Zij zorgden voor een losse, enthousiaste cultuur waarin de bedrijven het voor het zeggen hadden. Toen vanaf eind jaren zeventig computertechnologie de consumentenmarkt op ging, moesten investeerders zich naar hen schikken, niet andersom. Ook belangrijk: die hobbyistische ondernemers konden lang op hun dooie gemak aan hun projecten werken zonder hijgende aandeelhouders in hun nek.

Veel van baan wisselen
Tegelijkertijd was er grote mobiliteit. In Silicon Valley is het altijd normaal geweest om veel van baan te wisselen. Die praktijk hangt ook samen met wat econoom Joseph Schumpeter creative destruction noemde: door slechte ideeën en bedrijven zo snel mogelijk te laten falen, kan er sneller en meer innovatie ontstaan.

Organisaties als Brainport Development en Kennispark zien graag eenzelfde toestroom van onderzoeks- en investeringsgeld, maar dat is nog best lastig teweeg te brengen. ‘Het is voor ons een constante strijd om voldoende geld beschikbaar te hebben,’ zegt Marjan Weekhout van Kennispark Twente. ‘Zowel voor de ondernemers, om te groeien met hun bedrijf, als voor Kennispark als systeem. Wij hebben ook geld nodig om er te kunnen zijn. Daar moeten we constant aandacht voor vragen, want de provincie en de regio kunnen ons niet altijd blijven ondersteunen.’
Nog niet echt een zichzelf in stand houdend systeem, dus.

Dat ligt ook aan de Nederlandse financieringscultuur. Die is heel anders dan in Amerika, zegt Brainport-directeur Carsouw. ‘Daar zijn meer mensen met veel geld die bereid zijn te investeren. Financiers daar hebben ook een samenballing van heel veel mogelijke ondernemers waaruit ze kunnen kiezen. En in Amerika mag je falen als ondernemer, failliet gaan. Sterker nog: als je al een keer failliet bent gegaan, heb je een pre bij een investeerder, want dan weet je waar het verkeerd kan gaan. In investerings-Nederland werkt dat gewoon nog niet zo, dat is heel moeilijk te veranderen.’

Opvallend veel mensen lopen op sokken over de grijze vloerbedekking, in sommige hoekjes hangt een zweem van ongewassen-jongensgeur

‘Natuurlijk kijkt iedereen wat er van Silicon Valley gekopieerd kan worden,’ zegt JP van Seventer, directeur van game-hub Dutch Game Garden. ‘Maar veel ervan, zoals het investeerdersklimaat, kun je niet namaken. Wij hebben een ja-maar-cultuur, je moet je vóór een investering al hebben bewezen. Wat je ook niet kunt kopiëren, is dat Silicon Valley een historisch ankerpunt is. Dat daar in een schuurtje de eerste consumentencomputers werden gebouwd, haal je niet meer in. En dan is er nog de unieke Californische hippiecultuur van toen. Jobs en de zijnen zaten dicht aan tegen die cultuur van vrij denken.’

Zelfs het mooie weer maakt verschil, denkt Van Seventer, die zelf ook regelmatig in San Francisco is. ‘Het zonlicht werkt optimisme in de hand, een positief ondernemingsklimaat.’

We kijken door het raam van zijn kantoor in Dutch Game Garden, dat is gevestigd in een voormalig bankgebouw aan de Utrechtse Neude. De lucht is mistroostig grijs, het motregent. Hier binnen zitten allerlei jonge gamebedrijfjes tegen gesubsidieerde huur in kleurrijke kantoren. In de centrale ruimte worden games gelanceerd en netwerkmeetings gehouden. De Game Garden heeft een fractie van de vierkante meters in Eindhoven, maar tegen dit startup-sfeertje kan niemand op. Achter de glazen wanden van de kantoortjes – iedereen kijkt en wandelt hier makkelijk bij elkaar naar binnen – maken en testen groepjes twintigers hun games, aan de muren hangen screenshots van hun spellen. Opvallend veel mensen lopen op sokken over de grijze vloerbedekking, in sommige hoekjes hangt een zweem van ongewassen-jongensgeur.

‘Ik heb wel eens teleurgestelde reacties gekregen als mensen de vergelijking hoorden met Silicon Valley, omdat ze vinden dat hier heel weinig wordt geïnvesteerd,’ zegt JP van Seventer. Maar wat innovatie en succes betreft, vindt hij, gaat die vergelijking zeker op. ‘Er zit hier een heel aantal bedrijfjes die met ons zijn meegegroeid vanaf het begin, die op dit moment als toonaangevend worden ervaren in de internationale game-industrie. En, ook heel Silicon Valley-ish, er is heel veel kennisdeling doordat mensen bij elkaar binnenlopen in het pand. Het is een trefpunt tussen verschillende stromen van studenten, meer en minder ervaren ondernemers, en potentiële opdrachtgevers.’

Van startups die uitgroeien tot succesvolle, werkgelegenheid creërende technologiebedrijven is het nog maar de vraag of ze blijven waar ze zitten

Dat is iets wat je wel kan kopiëren, volgens Van Seventer: het clusteren van ‘mensen met bepaalde kennis, die elkaar kunnen versnellen doordat ze elkaar makkelijk en veel tegenkomen’. Vaak clustert men vanzelf: kunstenaars zitten graag bij andere kunstenaars, softwareontwikkelaars bij andere softwareontwikkelaars. Maar dat kun je ook top-down regelen. Met die gedachte is in 2008 Dutch Game Garden opgericht. De initiatiefnemers – vertegenwoordigers van game-opleidingen aan de Utrechtse universiteit en hogeschool voor de kunsten en lokale instanties die innovatie stimuleren – wilden pas afgestudeerden een duwtje in de rug geven bij het beginnen van een eigen bedrijf.

De tijd was ernaar, vertelt Van Seventer. Een paar jaar daarvoor was de mobile markt ontstaan, kon je opeens kleine games voor een laag bedrag verkopen voor toestellen van Nokia en Samsung. Vervolgens werd met de iPhone het appstore-model geïntroduceerd en schoten de gamebedrijfjes uit de grond. ‘Er kwam een nieuw optimisme.’

Van de provincie, de gemeente en een speciaal fonds van de Europese Commissie heeft de Game Garden de afgelopen vijf jaar zo’n vier miljoen euro ontvangen. Vanuit het Economische Zaken-potje, want de missie van Dutch Game Garden, zo staat op de site te lezen, is ‘het creëren van werkgelegenheid en welvaart door de Nederlandse gamesindustrie aan te jagen.’

Verhuisd
Robin de Ruiter zei ook al zoiets bij het Brainport-bezoek: ‘We doen het allemaal om de welvaart en het welzijn in de regio te vergroten.’ Daar gaat het uiteindelijk elke ‘innoverende en disruptieve tech-startup innovator’ om, maar of zo’n Silicon Valley-opzet ook tot meer werkgelegenheid leidt, valt eigenlijk niet te meten.

‘Wij hebben 75 bedrijven geholpen met huisvesting en andere zaken,’ zegt JP Van Seventer. ‘Daar zijn ongeveer 300 arbeidsplaatsen uit voortgekomen. De meeste van die bedrijven zijn er nog en blijven groeien, zonder ons waren ze in elk geval niet zo ver geweest als nu. Ik kan alleen maar raden wat er was gebeurd als ze niet bij elkaar in het pand hadden gezeten. Maar dat in harde cijfers uitdrukken is heel lastig, het kan natuurlijk zijn dat ze zonder ons ook hadden bestaan. Hetzelfde kun je over de Eindhovense High Tech Campus zeggen.’

De Eindhovense regio maakte tussen 2003 en 2013 een economische groei door die bijna anderhalf keer zo groot was als het landelijke gemiddelde, meldt de ‘Brainport monitor’. Maar daar kun je tegenover stellen dat in hetzelfde document staat dat in 2012 de krimpcijfers van de regio ‘vergeleken bij het Nederlands gemiddelde binnen de perken zijn gebleven’. Een persbericht dat Kennispark Twente afgelopen mei uitbracht, spreekt van een stijging van het ‘aantal werkzame personen met 0,2%’ in hightech systems en materialen. Dat zet weinig zoden aan de dijk. In een beleidsstuk genaamd Toekomstvisie stelt de gemeente Enschede dat er via Kennispark méér ‘duurzame werkgelegenheid’ gecreëerd moet worden. ‘Want als het gaat om het aantal arbeidsplaatsen per inwoner van 15-65 jaar blijft Enschede met 74.000 arbeidsplaatsen achter bij andere steden.’ En Tom Hassing mag dan in Twente verbaasd hebben vastgesteld dat werknemers zo moeilijk te vinden zijn, bedrijven als het zijne hebben relatief steeds minder personeel nodig. ‘We produceren nu drie of vier keer zoveel als vijf jaar geleden,’ vertelde hij later, ‘maar met minder mensen.’

Bovendien, van startups die uitgroeien tot succesvolle, werkgelegenheid creërende technologiebedrijven is het nog maar de vraag of ze blijven waar ze zitten. Vanuit Twente, bijvoorbeeld, is Booking.com naar Amsterdam verhuisd, heeft Thuisbezorgd.nl de sales-afdeling naar Utrecht verplaatst en zijn de startups Distimo en Axiom IC naar het echte Silicon Valley vertrokken.

De slimste koppen
Geen cluster heeft zo’n aantrekkingskracht als Silicon Valley zelf, met zijn geschiedenis, zijn klimaat (investeerders-, cultureel en meteorologisch). De slimste koppen zoeken de andere slimste koppen op, tech-geld trekt tech-geld aan. Binnen Amerika is Californiës aandeel in venture deals (investeringen gemaakt met durfkapitaal) in 2013 gestegen van 41 naar 45 procent. De ultieme droom van de meeste tech-startups wereldwijd is toch: daar opgepikt worden. ‘Het Silicon Valley van’ leidt in het gunstigste geval naar Silicon Valley.

Maar de tech-gekte gaat om meer dan economische voorspoed, zegt Brainport-directeur Carsouw. ‘Technologie levert zo’n grote bijdrage aan het jou prettiger laten reizen en leven, zorgen dat je ouders langer thuis kunnen wonen en dat jouw kinderen misschien een prettiger en gezonder leven hebben. Dat er nog een wereld is na de milieuvervuiling, et cetera.’

Het gaat, kortom, ook en vooral om innovatie.

Alleen scoort Nederland helemaal niet zo goed wat innovatievermogen betreft, blijkt uit onderzoek van Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingbeleid aan de Erasmus Universiteit. Sinds 2006 brengt hij met collega’s de jaarlijkse Erasmus Innovatiemonitor uit en over het afgelopen jaar (2013-2014) hebben ze geconstateerd dat de gerealiseerde innovatie – welk percentage van de omzet uit nieuwe producten en diensten voortkomt en geschikt is voor nieuwe markten – is afgenomen met zes procent. Ook de proces- en productverbeteringen zijn afgenomen, met vier procent. Volberda: ‘Iedereen heeft het over innovatie, maar de innovatie neemt alleen maar af.’

‘Het topsectorenbeleid is te veel gefocust op technologische innovatie’

Dat heeft volgens Volberda te maken met het Topsectorenbeleid, dat in 2012 is aangenomen door het kabinet Rutte I om de kenniseconomie te stimuleren. ‘Het topsectorenbeleid is te veel gefocust op technologische innovatie, er is totaal geen aandacht voor hoe bedrijven die moeten uitrollen tot nieuwe producten.’ Bovendien wordt er vooral geïnvesteerd in grote bedrijven: ‘Silicon Valley wordt niet gedomineerd door grote bedrijven, er zitten juist veel startups. Op de High Tech Campus zouden volgens het oorspronkelijke idee ook veel kleine bedrijven komen, maar dat is niet gelukt. Wat mij verontrust, is dat er minder aandacht is voor zachte innovatie: investeringen in mensen en platte organisatievormen. Die zijn met acht procent verminderd. Dat is echt een probleem: er wordt alleen in technologie geïnvesteerd en niet in mensen. Bedrijven zijn erg gericht op kortetermijnwaarde voor de aandeelhouders. Maar we hebben berekend dat enkelzijdig investeren in technologie tot een arbeidsuitstoot van 5,8 % leidt. We komen niet verder dan zeggen: we hebben meer technici nodig. Maar ik ben bang dat als je het techneuten voor het zeggen geeft, zij alleen maar techniek willen. De vraag is hoeverre dat wat oplevert, want harde innovatie – machines, techniek – rendeert veel beter als je tegelijk investeert in zachte innovatie.’

Ook in Silicon Valley zelf vertoont de mythe scheurtjes waar het de menselijke maat betreft; steeds meer media tonen de schaduwzijde van het Californische succes. The New Yorker berichtte over inwoners van San Francisco die protesteerden tegen de grote tech-bedrijven omdat die hun stad onbewoonbaar en onbetaalbaar zouden hebben gemaakt. Wired volgde een startup bij de afmattende race om investeringen binnen te halen en toonde een verziekt investeringsklimaat: het risico ligt niet meer bij de rijke venture capitalists, maar komt op de schouders van de kleine ondernemer.

Investeren
De toestroom van investeringsgeld mag er beter zijn, maar dat komt ook omdat niemand door de wet wordt beschermd. Het is nu eenmaal minder riskant om te investeren in een organisatie die binnen een week kan worden opgedoekt. Inclusief personeel, weet JP Van Seventer, die zelf eens bij een Amerikaans mediabedrijf werkte en van de ene op de andere dag op straat stond: ‘Personele lasten hoef je daar niet zes of tien maanden door te betalen. Nee, hoor, dat is gewoon klaar.’

Je moet dus ook niet het volgende Silicon Valley willen zijn, denkt Van Seventer, maar doen waar je zelf goed in bent. ‘Wij zijn een ander soort volk. We hebben een heel sociaal klimaat, maar daarmee bijvoorbeeld ook goed en betaalbaar onderwijs. Nederland heeft om veel redenen potentieel, we kunnen goed concurreren.’ Hij recht zijn rug en gebaart om zich heen, naar de verdiepingen die gamemakers herbergen, jonge innovators op sokken. Naar de door de lokale overheid gesteunde hub waarvan binnenkort het vijfjarige huurcontract verloopt.

‘Wat wij hier hebben, dit gebouw, dat bestaat in Amerika niet. Dit soort dingen worden er niet door de overheid gestimuleerd en er is ook geen private partij die het doet. Dit hier, daar is een Amerikaan jaloers op.’

Dit artikel verscheen eerder in Vrij Nederland #49, 6 december 2014. 

06/12/2014

Leave a Reply