Ontwrichtende start-ups - Illustratie: Moker ontwerp
Ontwrichtende start-ups – Illustratie: Moker ontwerp


ONETHISCHE TECH-BEDRIJVEN | ALLES VOOR HET MONOPOLIE

WAAROM START-UPS STEEDS ONTWRICHTENDER WORDEN

‘We maken de wereld beter,’ zeggen moderne technologiebedrijven. In de praktijk bevinden ze zich vaak op een ethisch hellend vlak. De deeleconomie lijkt zich te ontpoppen tot libertair kapitalisme over de rug van de welwillende burger.

Wat is de deeleconomie toch fijn, dachten we op de achterbank van het kleine autootje van onze gastheer. Hij stuurde al babbelend zijn wagen door de krappe straten van het Italiaanse eiland, elke zin aangevuld door zijn vrouw op de passagiersstoel, terwijl door de opengedraaide ramen de zoetzilte geur van zee en mediterrane flora binnenwaaide en we af en toe een citroen platreden. Toen hadden we nog niet eens het appartement gezien dat we zouden huren – behalve dan op de foto’s online – of zijn zelfgemaakte wijn geproefd – al stond er wel zoiets in de reviews – of het wandelingetje naar de zee gemaakt – al hadden we op Google Maps de ligging van ons vakantie-onderkomen prima kunnen inschatten. Het was een kwestie geweest van profiel bekijken en aanklikken op Airbnb, vervolgens zorgde de site dat we per mail en sms een ophaallocatie konden afspreken. De huisbazen zouden pas worden betaald als de huurperiode zonder klachten was verlopen.

Fijn.

Bij Airbnb vinden ze zichzelf meer dan fijn. De huizen-uitruilsite verdient de Nobelprijs voor de Vrede, beweerde Chip Conley, de strateeg van het bedrijf dat in vijf jaar is uitgegroeid tot een aanbod van 800.000 huizen in 192 landen en een geschatte waarde heeft van tien miljard dollar. Met Airbnb wordt het begrip tussen culturen versterkt, is zijn redenering. Door bij locals te logeren in plaats van in een Holiday Inn ‘worden vreemden elkaars vrienden en creëren we een wereld waar minder mensen ons vreemd zijn.’

Intellectueel bevredigend
‘We maken de wereld beter’ is hét cliché waarmee moderne technologiebedrijven hun pitches doen, hun geld binnenhalen en ons feliciteren met hun bestaan. Nu is in Silicon Valley iets al snel beter. De slogan wordt ook gebruikt als het gaat om een snellere telefoon, een product met meer geheugen of de app Snapchat, waarmee selfies worden verstuurd die de ontvanger maar tijdelijk kan bekijken. Zo van: tijdelijk exhibitionisme maakt ook een betere wereld.
Maar de grootste technologiebazen tonen graag dat het menens is met hun goede bedoelingen. Bill Gates stopt een gedeelte van zijn met Microsoft vergaarde fortuin in een Foundation om armoede te bestrijden. Google doneerde direct na de aanslagen op Charlie Hebdo tweeënhalve ton in euro’s aan het satirische blad – Don’t be evil is de bekendste slogan van de zoekgigant. Facebooks Mark Zuckerberg toonde zich afgelopen jaar een goeierd door tijdens een tripje naar Peking vragen in het Mandarijn te beantwoorden, tot blijde verrassing van het publiek, en voor het nieuwe jaar een leesclub te lanceren. Hij heeft ontdekt dat het lezen van boeken erg ‘intellectueel bevredigend’ is, schreef hij in een Facebook-post. ‘Veel meer dan de meeste hedendaagse media.’ Als eerste titel koos hij The End of Power van Moisés Naím, omdat dat gaat over hoe het machtsevenwicht in de wereld zal verschuiven naar een grotere groep mensen en hij deeply gelooft in ‘giving people more power’.

Menselijke proefdieren
Klinkt allemaal prachtig, maar in de praktijk bevinden veel technologiebedrijven zich op een ethisch hellend vlak. Of het nu gaat om gerotzooi met persoonlijke gegevens, het bedreigen van journalisten, op agressieve wijze concurrenten pootje haken, werknemers uitknijpen of met stalen gezicht de wet overtreden: jonge technologie-ondernemingen vallen veelal op door hun lompe, immorele of zelfs illegale praktijken.

Airbnb mag nobele ambities hebben in de wereldvrede-hoek, haar ‘hotelkamers’ zijn volgens velen illegaal, potentieel (brand)gevaarlijk, vervelend voor de buren, oneerlijke concurrentie voor hotels en toeristenbelastingontduiking. Bovendien zorgt de site in San Fransisco voor verdrukking op de huizenmarkt: doordat zo’n groot deel van de woningen aan toeristen wordt verhuurd, stijgen de huren onevenredig hard. Ook in Amsterdam kwamen vorig jaar de eerste meldingen van woonhuizen die via Airbnb als vakantiewoningen worden uitgebaat. Een huis in het centrum werd dichtgetimmerd toen controleurs ontdekten dat de verhuurder zich niet aan de regels hield, zijn woning verhuurde aan grote groepen toeristen en zelf voltijds in Almere woonde.

Mark Zuckerberg gelooft vooral in giving people more power als hem dat uitkomt. 2014 was behalve het jaar dat Zuckerberg de wereld verblufte met zijn Mandarijnse zinnen ook het jaar dat Facebook de tijdlijn van 600.000 gebruikers manipuleerde voor een psychologisch experiment zonder dat de menselijke proefdieren in kwestie daarvan op de hoogte waren gesteld. Een week lang zag de ene helft van de groep overwegend positieve posts en de andere helft overwegend negatieve om te kijken of ze dan zelf respectievelijk positiever en negatiever waren in wat ze online zetten. De psychologen concludeerden dat positieve posts inderdaad leidden tot meer positieve posts; de media concludeerden dat deze actie van Facebook niet door de beugel kon.

En ondanks het oeverloze privacydebat van de laatste jaren lukt het techbedrijven nog altijd niet zorgvuldig om te gaan met de gegevens van hun gebruikers. In dezelfde week dat Zuckerberg zijn boekenclub aankondigde, besloot Facebook de nieuwe privacyvoorwaarden nog een maandje uit te stellen zodat haar gebruikers er aan konden wennen. Vanaf 30 januari geldt: alles wat je zegt of doet of wat een ander over jou zegt, legt Facebook vast. Door het sociale medium te gebruiken stem je daar automatisch mee in. Van die andere tech-moloch, Google, werd bekend dat het bedrijf elk gmail’tje meeleest.

Aan Snapchat hadden we ook al zo weinig. In mei 2014 bleek dat gemaakte foto’s en filmpjes na het wissen nog wel gewoon ergens in de telefoon stonden opgeslagen, en dat locatiegegevens tegen de voorwaarden in gewoon werden bewaard. De Snapchat-bazen weigerden bovendien iets te doen aan een beveiligingslek waarmee de gegevens van 4,6 miljoen snapchatters in handen van derden kwamen. Niet onze verantwoordelijkheid, zei Snapchat. Het bedrijf kreeg wel een tik op de vingers van de Federal Trade Commission, de Amerikaanse mededingingsautoriteit, omdat het een verkeerde voorstelling van zaken zou hebben gegeven omtrent de privacy van zijn gebruikers.

Ontwrichtende start-ups 2 - Illustratie: Moker ontwerp
Ontwrichtende start-ups 2 – Illustratie: Moker ontwerp


Sexy vrouwelijke chauffeurs

Bovenstaande ondernemingen zijn maar kleine boefjes vergeleken bij het enfant terrible van de technologiesector, the company you love to hate, het ‘meest ethisch gehandicapte bedrijf’ van Silicon Valley: Uber.

Uber verbindt gebruikers middels een mobiele app aan chauffeurs met een auto. De app wordt verguisd door de taxi-industrie, want die wordt daarmee wat overbodig, maar is desondanks (of dankzij de gratis publiciteit) een groot commercieel succes. Er rijden Uber-auto’s in 53 landen – waaronder Nederland – en het bedrijf zou in 2014 een miljard dollar omzet hebben gedraaid. De waarde van het bedrijf wordt geschat op 40 miljard dollar.

Dat ‘ethisch gehandicapt’-labeltje (‘most ethically challenged company’) is Uber opgeplakt door Peter Thiel, de oprichter van PayPal. Miljardair Thiel is een investeerder in Lyft, een vergelijkbare autoservice en Ubers belangrijkste concurrent. Lyft groeit ook al zo hard en afgelopen zomer probeerde Uber haar concurrent te dwarsbomen door Lyft-chauffeurs voor hun eigen dienst te rekruteren. Ook liet Uber speciaal aangestelde ‘ambassadeurs’ Lyft-ritjes bestellen en weer afzeggen (5560 in totaal, volgens onderzoek van CNN), zodat haar concurrent steeds niet genoeg chauffeurs beschikbaar had en winst misliep.

Het is een van vele opstootjes rondom het ethisch twijfelachtige gedrag van de nieuwkomer. Uber springt zo slecht om met privégegevens dat sollicitanten soms een kijkje krijgen in de ritjes van een familielid, of zelfs een prominente politicus. Op bedrijfsfeestjes zou Uber pochen met ‘God View’, een tool waarmee ze real time kunnen volgen waar hun gebruikers zich bevinden. Ook als ze niet in een Uber-auto zitten. In 2012 schepte Uber in een eigen blogpost op dat ze wisten wie van hun klanten een one night stand hadden gehad – omdat ze die naar een ander adres dan hun eigen huis hadden gebracht en ze de volgende ochtend pas weer een nieuwe auto bestelden. In Lyon probeerde Uber haar service op seksistische wijze onder de aandacht te brengen door aan mannen ritjes met sexy vrouwelijke chauffeurs aan te bieden voor maximaal twintig minuten.

En dan was er nog het uitgelekte voorstel dat Uber-topman Emil Michael deed om een grootschalige lastercampagne op te tuigen tegen journalisten die onwelgevallige dingen over ze schreven – en dan vooral tegen journaliste Sarah Lacy, die al wat minder vriendelijke stukken over het bedrijf op haar naam had staan. In Albuquerque werd bovendien een Uber-chauffeur op non-actief gezet nadat hij een van Lacy’s artikelen had getweet.

Bang voor een strafblad
Bij mijn eerste Uber-ritje ben ik die misdragingen snel vergeten. Alles verloopt zo ontzettend gelikt. Op mijn telefoon zie ik in één oogopslag hoeveel chauffeurs zich in mijn buurt bevinden: zwarte speelgoedautootjes bewegen zich op Google Maps vrolijk rondom mijn locatie. Ik weet wie mij komt ophalen, hoe lang het duurt voor hij er is en krijg van tevoren een schatting van wat het ritje zal kosten: tussen de 17 en 22 euro. Als de zwarte Mercedes nadert, adviseert de app me te gaan klaarstaan en voor ik instap, ben ik al blij dat ik straks geen fooi hoef te betalen. Het bedrag wordt dadelijk vanzelf van mijn creditcard afgeschreven. De chauffeur – die aanvankelijk taxichauffeur had willen worden en toen ontdekte dat je met Uber niet in zo’n beroerde taxirij hoeft te staan – krijgt dat volgende week min twintig procent (Ubers deel) op zijn rekening geschreven.

Het tikt lekker aan: de rit duurt wat langer dan verwacht door een verkeersopstopping en kost uiteindelijk 37 euro. Omdat er geen meter meeloopt, weet ik dat pas als ik uitstap. Die verrassing achteraf – wie het vergeet te vragen, ziet de prijs pas op zijn rekeningafschrift – maakt veel Uber-klanten woedend. Zoals de bewusteloos geraakte vrouw in New York die voor een stukje van enkele kilometers driehonderd dollar bleek te hebben betaald. De chauffeur had een stukje omgereden. Bovendien wordt door Ubers algoritme de prijs hoger naarmate de vraag stijgt. Zo profiteerde Uber afgelopen december van het gijzeldrama in Sidney. Soms, zoals met Valentijnsdag, worden er expres te weinig chauffeurs ingezet om de prijs kunstmatig op te drijven.

Om de prijs wat te drukken, bestel ik de volgende keer een UberPop-auto. UberPop is de goedkopere sub-dienst van Uber (naast de standaard Uber Black en de luxe Uber Lux), die wordt uitgevoerd door particulieren zonder vergunning. In Nederland is de dienst verboden, maar Uber biedt ’m nochtans aan: een kwestie van de cursor naar links swipen in de app. Chauffeur Rick staat binnen vier minuten klaar – maar ik kan hem nergens vinden. Een tijdje later, in de stromende regen, word ik gebeld. Of ik een stukje de hoek om wil lopen, want hij zag een motoragent.

De politie weet een UberPop-auto feilloos te herkennen, zegt Rick als ik dan uiteindelijk met soppende sokken ben ingestapt: de chauffeurs hebben altijd een navigatiesysteem én een iPhone op het dashboard geïnstalleerd. Wie wordt gesnapt moet een boete betalen van vijftienhonderd euro. Die mogen chauffeurs doorspelen aan Uber – schijt aan de wet, en ze kunnen het lijden – maar Rick is bang dat hij een strafblad krijgt. Want dat is niet Ubers probleem.

Asshole problem
Het niet-zo-ethische gedrag van Uber, Snapchat en de hunnen wordt vaak geweten aan de cultuur van Silicon Valley en de gigantische bedragen die daarin omgaan. De techies verdienen met de beursgang van hun bedrijf soms in één klap meer dan de best betaalde Hollywoodsterren. De CEO’s zijn vaak jonge nerds met een goed idee en weinig levenservaring en hun bedrijven groeien zo hard dat de pr voortdurend achterloopt. Bovendien zijn ze vaak zo nieuw en ontregelend dat geen beleidsmaker weet hoe ermee om te gaan.

Uber en Airbnb zijn typische voorbeelden van disruptive innovation. Die term werd in de jaren negentig gemunt door bedrijfswetenschapper Clayton M. Christensen, die er de praktijk mee bedoelde van het op de markt brengen van goedkopere producten van slechtere kwaliteit. Daar wordt dan in het begin minder winst mee gemaakt, was Claytons idee, maar uiteindelijk nemen die producten het hele marktsegment over. Sinds Christensen het concept introduceerde in zijn boek The Innovator’s Dilemma is iedereen bezig met disrupten of gedisrupt worden, schreef historicus en Pulitzerprijswinnaar Jill Lepore onlangs. In de loop van tijd is het een steeds agressievere en ontwrichtender praktijk geworden. Volgens Lepore is de disrupt-retoriek verworden tot een ‘taal van paniek, angst en ontregeling’. Disruption betekent nu dat een start-up weigert volgens de gevestigde regels te spelen. ‘Startups are ruthless and leaderless and unrestrained, and they seem so tiny and powerless, untill you realize, but only after it’s too late, that they’re devistatingly dangerous: Bang! Ka-boom!’

Daar komt bij dat het investeringsklimaat in Silicon Valley de laatste jaren sterk is veranderd: het risico is bij de start-ups zelf komen te liggen en venture capitalists (investeerders met durfkapitaal) willen eigenlijk alleen nog investeren in een mogelijke monopolist. Lyft-investeerder Peter Thiel (tevens aandeelhouder in Airbnb) schrijft in zijn boek Zero to One dat je als ondernemer altijd moet mikken op een monopolie: ‘Alle tevreden bedrijven zijn verschillend: elk hebben ze een monopolie verkregen door een specifiek probleem op te lossen. Alle falende bedrijven zijn hetzelfde: het lukt ze niet de concurrentie te ontlopen.’

En om een monopolist te worden, moet je een klootzak zijn. Sarah Lacy (mikpunt van Ubers haatcampagne tegen journalisten) noemt het Silicon Valley’s asshole problem: investeerders zouden hun geld steeds vaker stoppen in ondernemers die scrupules noch goede manieren hebben. Waarom zouden ze ook: er zijn geen consequenties. Facebooks experimenten op gebruikers, Googles twijfelachtige privacyvoorwaarden of Amazons dispuut met uitgever Hachette waren bepaald geen goede pr voor die bedrijven, maar ze zagen nog geen deukje in hun groeicurve.

Publicitaire fitties
Van het oude Silicon Valley-idealisme, de hippiecultuur waar het gebied groot mee is geworden, is niet zoveel meer over. In plaats daarvan staan er hordes jonge mensen die venture capitalists beloven dat ze ‘het Uber van x’ zijn. Niet ‘let’s make the world a better place’, maar ‘laten we het volgende Uber maken’ wordt zo langzamerhand het credo.

En juist omdat deze bedrijven zo ontregelend zijn, omdat ze mikken op een monopolie, ligt hun ethische gedrag onder een vergrootglas. Toen Apple en Facebook afgelopen oktober aankondigden te gaan betalen voor het invriezen van de eitjes van hun vrouwelijke werknemers (zodat die, als ze dat willen, het krijgen van kinderen nog even kunnen uitstellen – en dan niet uit medische, maar uit planmatige overwegingen) stond het internet op zijn kop. Wat de bedrijven zelf wel emancipatoir vonden – vrouwen helpen de biologie te omzeilen om wat langer ongestoord aan hun loopbaan te timmeren – zagen anderen als een teken dat de werkgever belangrijker is dan een gezin. Dat vrouwen onaangename procedures moesten overwegen om mee te kunnen met de rest in plaats van dat de werkcultuur wordt aangepast aan het feit dat mensen een gezin hebben. Natuurlijk, de keuze is aan de vrouw, maar die staat wel onder culturele en professionele druk. Straks is het opeens een keuze om het krijgen van kinderen níét uit te stellen.

Deze bezwaren vlogen niet door de blogosphere toen eerder grote advocaten- en consultancyfirma’s dezelfde voorwaarden in hun pakket opnamen. Want secundaire voorwaarden mogen beschouwd worden als sociaal-culturele indicatoren voor wat we belangrijk vinden, de secundaire voorwaarden van Silicon Valley zijn sociaal-culturele indicatoren voor de toekomst.
Hoe Silicon Valley zich gedraagt, leidt om de haverklap tot publicitaire fitties omdat de bedrijven daar voorop lopen. Zij tonen hoe arbeid er in de nabije toekomst waarschijnlijk gaat uitzien. En privacy, veiligheid, (pers)vrijheid. ‘As Goes the Valley, So Go We All’, wordt wel gezegd. And the Valley goes niet zo netjes op dit moment.

De eens zo lieve deeleconomie zich lijkt zich te ontpoppen tot libertair kapitalisme over de rug van de welwillende burger. Plattform-Kapitalismus, noemen ze het in Duitsland: alle aspecten van een mensenleven, van je auto tot je huis, reduceren tot activa om te verhandelen. Of het nu Uber is of Handy (de Uber van huishoudelijke klusjes), of Fancy Hands (de Uber van personal assistants), allemaal strijken ze zo’n twintig à dertig procent van de omzet op. Het zijn de nieuwtijdse makelaars wier bestaan mogelijk is gemaakt door het internet, dat juist de eliminatie van de tussenpersoon beloofde. Makelaars die bovendien de ongelijkheid vergroten, want om wat te verdienen, moet je wel een auto hebben, of een kamertje extra. Wat een uitkomst had moeten zijn voor wie in deze laagconjunctuur veel tijd had en weinig werk (bijklussen met je auto of hamer; wanneer het jou uitkomt; per stuk betaald) is een vooral cash cow voor Silicon Valley.


Direct de huisbaas mailen

Al is Rick, mijn UberPop-chauffeur, er blij mee. In zijn eerste maand, toen toevallig ook het Amsterdam Dance Event plaatsvond, verdiende hij naar eigen zeggen 2.600 euro voor vier keer vier uur werken per week. Een mooie bijverdienste naast zijn werk als rijschoolhouder. Zijn ervaring komt echter niet overeen met die van zijn UberPop-collega’s, als we de Volkskrant moeten geloven. Op basis van rittenafschriften berekende de krant dat de chauffeurs tussen de vier en tien euro per uur verdienden, en dan meestal onder het minimumloon van 8,66 euro. Het bruto CAO-loon voor taxichauffeurs is € 18,60.

Op ons Airbnb-adresje bleven we langer, maar dat regelden we niet via Airbnb. Gewoon mondeling besproken en cash betaald. En als we volgend jaar terug wilden komen, naar de zoetzilte geur, de platgereden citroenen en de zelfgemaakte wijn, werd ons op het hart gedrukt, dan graag niet via die gekke site, maar direct de huisbaas mailen. Een stuk voordeliger voor beide partijen.

We zouden niet de eerste zijn: Airbnb wordt door huurders en verhuurders steeds vaker gebruikt om elkaar te vinden en vervolgens omzeild om via een andere weg de deal te sluiten. ‘Laten we elkaar ontmoeten “op onze blauwe vriend”,’ schrijven gast en gastheer dan naar elkaar, zodat de Airbnb-computer niet begrijpt dat het over Facebook gaat.

Gewoon lekker terug disrupten.

Dit artikel verscheen eerder in Vrij Nederland, 28 januari 2015.

28/01/2015

Leave a Reply