Miranda July – Een alien die met verbazing naar het leven op aarde kijkt

‘Quirky’ wordt ze vaak genoemd, of ‘whimsical’: een beetje gek, dwaas en eigenwijs. Tot haar eigen ergernis, want kunstenaar, filmmaker en schrijver Miranda July wil met haar werk niet minder dan een brug slaan naar de anderen en de existentiële eenzaamheid overwinnen.

3e05ccd6-501a-43e3-82b5-cd1292727140_Miranda-July-2011_preview-kopie2

Als je op jezelf woont, in je eentje, zou je zomaar per ongeluk een vieze kluizenaar kunnen worden. Stel dat het even wat minder met je gaat en je de afwas overslaat. De vaat stapelt zich op en het wassen van een vork is opeens al een hele klus. Dan ga je met vieze vorken eten, van vuile borden. Daar ga je je een zwerver van voelen en als je je toch een zwerver voelt, dan hoef je jezelf ook niet te wassen. Je gaat het huis niet meer uit omdat je ongewassen bent, en voor je het weet laat je overal afval slingeren en plas je in kopjes die dicht bij je bed staan.

Dat is in elk geval hoe Cheryl Glickman het ziet, de hoofdpersoon in Miranda July’s debuutroman The First Bad Man (vertaald als De eerste foute man). Dus heeft ze een systeem uitgevonden: ze gebruikt maar één set bestek, eet uit de pan (minder afwas), leest boeken staand naast de boekenplank en ‘carpoolt’ spullen die in dezelfde ruimte horen, zodat ze nooit twee keer hoeft te lopen. Het systeem is een tweede natuur geworden en opereert op zichzelf – ook als het een keer wat minder met haar gaat. ‘Net als rijkelui heb ik een inwonende bediende die alles netjes bijhoudt – en omdat ik zelf die bediende ben, wordt mijn privacy niet geschonden.’

Excentriek, zou je Cheryl kunnen noemen. Apart. Of, in het Engels, quirky. Een typisch personage van Miranda July ook, die in haar films en verhalen doorgaans einzelgängers voorschotelt die het leven ingewikkeld vinden. Ze leven in een wereld van afstandelijkheid en sociaal ongemak. Ze maken moeizaam contact met anderen, maar zijn tegelijk uiterst romantische zielen. En of July nu performancekunst maakt of een smartphone app, een film regisseert of een mailinglijst rondstuurt, deze mensen komen er altijd in voor – meestal belichaamd door de kunstenaar zelf.

Het is dan ook makkelijk je een voorstelling te maken van Cheryl. Waarschijnlijk heeft ze dezelfde dikke, warrige haardos als July en dezelfde lichtblauwe, wijdopen ogen. Die geven haar iets sulligs. (Uit The First Bad Man: ‘Ze sperde spottend haar ogen open, waarmee ze bedoelde dat ik er zo uitzag.’) Cheryls schouders zullen net zo smal zijn als die van July, haar ledematen lang, als van een alien. Een buitenaards wezen dat met verbazing het leven op aarde bekijkt.

Peepshows

July (1974) groeide op in een vrijzinnig Californisch gezin. Haar ouders waren counter culture, schrijvers en raw food-liefhebbers. Ze runden een uitgeverijtje voor boeken over spiritualiteit en alternatieve geneeswijzen. Als vertier bouwde July zelf boomhutten met haar broer en ontwierp de meubels erin. In plaats van een bijbaantje te zoeken, schreef ze op haar zestiende haar eerste toneelstuk, The Lifers, gebaseerd op haar correspondentie met een tot levenslang veroordeelde moordenaar.

Nadat ze gestopt was met haar universitaire opleiding – tegen die tijd was ze een echte post-punker, met eyeliner op haar lippen en maillots over haar schoenen – verhuisde ze naar Portland, Oregon, en werd prompt feminist. Ze werd meegetrokken in de kringen van de feministische hardcore punkbandbeweging Riot Grrrl en las en maakte vrouwen-fanzines. Ze werkte in een stripclub en bij peepshows en probeerde homoseksualiteit uit (ze is nu getrouwd met filmmaker Mike Mills). Ze werd performancekunstenaar en veranderde haar achternaam, van Grossinger naar July. Een feministisch statement: ik geef mezelf wel een naam.

Inmiddels is July een rolmodel voor de millennial feministen is ze meer hipster dan punk. Wie van Brooklyn, filterkoffie, lokaal gebrouwen bier en Girls houdt, houdt vaak ook wel van Miranda July. Haar kunstenaarschap is nota bene tot wasdom gekomen in Portland, de stad die zo hipster is dat er de populaire satirische tv-seriePortlandia over is gemaakt. Geheel in de ironische stijl die de hipstercultuur kenmerkt, speelt July zelf ook een rolletje in een van de afleveringen. En zoals het een goede hipster betaamt, is ze lekker navelstaarderig. In haar werk is emotie belangrijker dan plot, gevoel belangrijker dan verhaallijn. Haar personages zijn ontzettend met zichzelf bezig, buiten hun eigen belevingswereld bestaat er eigenlijk niemand. Het soort zelfabsorbatie dat we ook kennen van de personages uit Lena Dunhams Girls en de verhalen van Sheila Heti. Beiden zijn goede vriendinnen van July en de drie zijn nauw betrokken bij elkaars werk (als in een mutual admiration society). Heti en Dunham staan bovenaan in het dankwoord van The First Bad Man en July en Dunham figureerden in het door Heti samengestelde boek Women in Clothes. Daarin worden vrouwen geïnterviewd over hoe kleding hun leven vormgeeft, met vragen als: ‘Wat betekenen de woorden “comfortabel” en “zelfverzekerd” voor jou?’.

Antropologische verwondering

Twee wordt July ook wel genoemd, vanwege het hogelijk zoete gehalte van haar werk. Twee is minder grof dan hipster. Voorzichtig met seks, en niet agressief. Netter, schoner, liever en optimistischer. Schattig. En quirky dus, of whimsical: een beetje gek, dwaas en eigenwijs. En laat quirky nu net het woord zijn waarmee July áltijd wordt getypeerd – tot haar ergernis, inmiddels. ‘Het is het kleine neefje van irritant,’ zei July over quirky toen ze onlangs werd geïnterviewd door Lena Dunham. ‘Ik vind het een beetje makkelijk en lui van journalisten om dat woord te gebruiken, vooral bij een vrouw.’ Neerbuigend, zegt ze in een ander interview. Alsof het bijvoeglijk naamwoord is verzonnen om vrouwen te ondermijnen. En inderdaad, quirky heeft een andere bijklank dan grappig, satirisch en slim – woorden die misschien eerder zouden worden gebruikt om het werk van een man te beschrijven.

July meent het bovendien serieus. Bij twee hoort een zekere levensernst en die is altijd aanwezig in haar werk. Meestal gaat het dan over eenzaamheid, naar haar eigen zeggen ‘een oude, goede vriend’ van July. In The First Bad Man beschrijft ze een zygote, die nog natrilt van de herinnering uit twee delen te bestaan. Maar nu is hij één en dus gedoemd tot eeuwig alleen-zijn. Haar personage Cheryl valt de eenzaamheid (die trouwens direct verband lijkt te houden met haar navelstaarderigheid) zo zwaar dat die zich manifesteert in globus hystericus: een vals gevoel dat er iets dwars zit in haar slokdarm. Een brok in de keel.

De afstand tussen Cheryl en de mensen om haar heen is zo reusachtig dat ze hen alleen met antropologische verwondering kan bekijken. Hoe pijnlijk ook, July weet dit vaak ontzettend grappig te maken: ‘Carl had me een keer “ginjo” genoemd. Ik dacht het “zus” betekende, tot hij me vertelde dat het Japans is voor een man, meestal een bejaarde man, die in afzondering leeft terwijl hij het vuur voor het hele dorp brandend houdt.’Cheryl praat Spaans tegen haar Angelsaksische tuinman omdat ze ervan uitgaat dat hij latino is.

Haar meest intieme relatie is die met de ziel van een baby die ze Kubelko Bondy noemt en waarvan ze zich voorstelt dat hij zich steeds in een ander kind manifesteert. Zo komt ze hem af en toe op geheel willekeurige plaatsen tegen in andermans baby.

10135fb6-9538-4422-b54a-3f412bc36571_721_18_preview-kopie

In onze eigen wereld

Moderne technologie is in July’s werk vaak de grote accelerator van de afstand tussen mensen. Zo werkt Cheryl vanuit huis omdat haar baas voor haar heeft besloten dat haar managementstijl effectiever zou zijn van een afstand. Dat kan omdat er zoiets bestaat als het internet. July schetst een samenleving waarin iedereen in zijn eigen huis zit, alleen in zijn eigen wereld, slechts met elkaar verbonden via laptop en smartphone. Facebook, Twitter en Skype zorgen dat we nooit meer echt meer met elkaar in aanraking hoeven te komen.

Is de twee mens dan gedoemd geïsoleerd te zijn, met altijd een internetverbinding tussen hem en de rest?

Niet als het aan July ligt. Altijd zoekt ze oplossingen om het gat tussen haar en de rest van de wereld te overbruggen, en dan het liefst met behulp van de technologie die dat gat zo groot maakt.

In Me and You and Everyone We Know (2005), haar eerste lange film en instant indie-hit, krijgt een zevenjarig jongetje via een chatbox een relatie met een oudere vrouw. Ze weten niet van elkaar wie ze zijn. Terwijl ze vunzigheden met elkaar uitwisselen (‘ik wil in jouw kontgat poepen en dat jij het dan terug poept, heen en weer, voor altijd,’ tikt het jochie) klinkt een schatting pling-pling muziekje. Als ze elkaar dan eindelijk ontmoeten, op een bankje in park, kamt hij haar haar achter haar oor. Ze kussen elkaar kort op de mond, en zij vertrekt. Een klein beetje minder alleen.

Moderne technologie kan ons ook dichter bij elkaar brengen, vindt July. Je moet alleen wel durven.

Voor modemerk Miu Miu creëerde ze afgelopen najaar de app Somebody, die werd gepresenteerd op het filmfestival van Venetië. Met Somebody kun je een bericht aan iemand sturen dat door een derde persoon aan de ontvanger wordt voorgelezen.

Een korte film in zoet dromerige July-stijl legt uit hoe het werkt. Meisje zit grienend en snotterend op haar bed, pakt haar telefoon en opent de Somebody-app. Ze klikt de ontvanger aan (haar vriendje Caleb), kiest de manier waarop het bericht moet worden gebracht (huilend) en tikt haar bericht in. Paul, een grote zwarte man die zich in de buurt van Caleb bevindt, krijgt de melding dat hij een bericht moet afleveren. Hij zoekt Caleb, die hij herkent van zijn profielfoto, gaat naast hem zitten en begint te huilen. ‘It’s me, Jessica. I so totally love you. I just can’t be your girlfriend anymore.’ Als dan Calebs onderlip begint te trillen kan Paul niet anders dan het ielige joch omhelzen.

Het wordt er niet minder sociaal ongemakkelijk van: een grote, bezwete zwarte man die een jongen knuffelt die hij niet kent. Ook niet als in de volgende scène een roomblank omaatje een latina ‘bruja’ noemt, wat zoiets betekent als bitch. Maar de smartphone is wel in één klap minder afstandelijk en de interactie tussen vreemden erg persoonlijk.

Bijna te persoonlijk.

Lieve, vreemde projecten

Ook July’s populaire e-mailproject We Think Alone overschreed schromelijk de grenzen van de persoonlijke sfeer. In het najaar van 2013 stuurde July wekelijks een selectie rond uit de e-mail outbox van negen van haar beroemde vrienden, steeds naar aanleiding van een onderwerp: het lichaam, advies, je moeder, een droom die je had. Zo kon iedereen die zich voor de mailinglist had ingeschreven lezen dat actrice Kirsten Dunst droomde dat ze tijdens haar diploma-uitreiking naakt was onder haar jurk. Dat basketballegende Kareem Abdul-Jabbar vroeger werd gepest met zijn lengte. Dat Sheila Heti een driftbui kreeg op een feestje en wat Lena Dunham aan haar therapeut mailt.

Even voyeuristisch en exhibitionistisch als op sociale media, maar anders. Omdat dit e-mails zijn die de deelnemers een andere keer stuurden, aan één iemand, zonder het doel gepubliceerd te worden. Dat maakt ze rauwer, echter (en toont dat July voor zo’n wereldvreemd dametje een behoorlijk netwerk heeft).

Met deze lieve, vreemde projecten raakt de alienesque kunstenaar bij veel mensen een gevoelige snaar. Een verslaggever van de The New York Times berichtte hoe zich na een vertoning van July’s film The Future een kleine menigte rond July vormde om haar te vertellen hoe belangrijk haar werk voor hen was. Het verhaal gaat dat haar kantoor van onder tot boven is gevuld met dozen en objecten die fans haar hebben toegestuurd. Een man printte elke e-mail die hij ooit schreef uit en stuurde ze aan July. Alleen zij, dacht hij, zou het begrijpen.

Ook dat is twee.

Ongewenste huisgast

The First Bad Man is wat dat betreft een beetje anders. Cheryl gebruikt geen moderne technologie om zich de eenzaamheid uit te vechten, maar gewoon spierballen. Ze wordt opgezadeld met een ongewenste huisgast – Clee, de dochter van haar werkgevers – die het broze evenwicht van haar uitgekiende leefsituatie bruut verstoort. Clee is vies, rommelig, brutaal en heeft stinkvoeten die Cheryl doen kokhalzen. Een seksbom in de ogen van mannen, maar in Cheryls optiek ‘een massieve, stinkende stier’. Een stier die dwars over haar heen loopt. Snel stapelt de afwas zich op en Cheryl voegt zich in de rol van deurmat.

Plotseling raken de twee vrouwen in gevecht. En hoewel het voor Cheryl meer in elkaar geslagen worden is dan vechten, vindt ze het heerlijk: ‘Ik werd me op een nieuwe manier bewust van mijn hele lichaam.’ Het vechten wordt een dagelijks ritueel en langzaam wordt Cheryl minder buitenaards wezen en meer mens. En dan, alsof July opeens wil afrekenen met dat hele ge-twee, volgt er een aantal onverwachte absurd-erotische scènes – al gloort er altijd nog wat zoetigheid aan de horizon.

Apart, gek en ongemakkelijk is The First Bad Man zeker. En grappig en satirisch en slim. Maar quirky kun je dit boek niet noemen.

De schrijver evenmin.

Dit artikel verscheen 12 maart 2015 in Vrij Nederland

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *