WAAROM IEDEREEN EEN NERD WIL ZIJN

Dertig jaar geleden waren nerds losers en alle losers nerds. Een paar decennia later is de nerd het meest geliefde, gewilde, bewonderde en geïmiteerde menstype. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

982094e8-cb3e-4ca7-8b14-0908400bc910

Het is die lach. De lippen krullen op om het toch al zichtbare gebit nog verder te ontbloten, er verschijnt een lelijke onderkin, en er klinkt een hard gebalk – gebrul bijna. Hij lijkt wel een zwakzinnige, in plaats van een hoogbegaafde uitvinder die slimmer is dan de rest en die kan wat maar weinig mensen kunnen. Die lach definieert hem als een sukkel, een buitenbeentje. Nog meer dan de pennenset in zijn borstzak of de rekenmachine aan zijn broekriem, het goedkope overhemd in zijn veel te hoog opgetrokken broek, of zijn bleke smoel. Of – niet te vergeten – zijn dikke brillenglazen in het zwarte montuur.

De nerd uit Revenge of the Nerds (1984) is een onaantrekkelijk stereotype, en hij heeft het zwaar te verduren. Vooral de computernerd moet het in de iconische komedie ontgelden, maar ook een uitgesproken homo, een onaantrekkelijke stoner en een vocaal gehandicapte Aziaat worden schamperend nerds genoemd. Ze zijn het tegenbeeld van de sociaal geslaagde frat boy (corpsbal), die overal op de loer ligt om nerds een wedgie te geven, of ondersteboven uit het raam te laten bungelen. In deze film zijn nerds losers en alle losers nerds.

 

‘Knurd’

Niemand weet wanneer dit hardnekkige cliché precies is ontstaan. Voor zover bekend dook het woord ‘nerd’ voor het eerst op in 1950, in een verhaal van de Amerikaanse kinderboekenschrijver Dr. Seuss. Daarin zegt een jongetje dat als hij de baas van de dierentuin was, hij daarin een wezen genaamd Nerd zou houden, uit het land Ka-Troo. De nerd is afgebeeld als een geel mannetje dat met zijn zwarte T-shirt, wilde haar en gekke bakkebaarden niet onderdoet voor sommige hedendaagse nerds.
Alumni van de technische universiteit RPI in de staat New York menen dat ‘nerd’ een afgeleide is van ‘knurd’: ‘drunk’ achterstevoren gespeld. De term zou daar in de jaren zestig zijn gemunt om de drinkers van de niet-drinkers te onderscheiden, de studiebollen van de feestbeesten. Een andere populaire speculatie betreft een Canadees onderzoekslab, Northern Electric Research and Development Laboratories in Ottawa. De medewerkers daar zouden plastic zakbeschermers hebben gedragen met de afkorting ‘N.E.R&D’.
Waar wel consensus over bestaat, is dat de stereotype nerd in de jaren zeventig en tachtig gemeengoed is gemaakt door de sitcom Happy Days. Op YouTube is nog een fragment te vinden waarin rouwdouwer Fonzie zich voordoet als een nerd. Hij heeft zijn broek hoog opgetrokken, loopt krom en draagt die welbekende nerd-bril. Bij het vooruitzicht van een feestje krijgt nerd-Fonzie spontaan de zenuwen: ‘Is this the party? I have to calm down or I’ll get a nose bleed!’
Toen de nerd nog een sukkel was, en de computer een niche-verschijnsel.

 

Hoog opgetrokken broeken

Een paar decennia later is de nerd het meest geliefde, gewilde en bewonderde menstype. Het meest geïmiteerde ook: zonder enige spot trekken we onze broeken wat hoger in het middel en plaatsen we een nerd-montuur op onze neuzen. Die trend duurt al even lang als de looptijd van The Big Bang Theory, een sitcom over vier sociaal onaangepaste nerds die volgens IMDB de populairste comedyserie aller tijden is. Niemand schaamt zich ervoor zichzelf een nerd te noemen – we zetten het desnoods in onze Twitter-bio – en hobby’s uit te oefenen die voorheen alleen de onaangepasten toebehoorden. Trots tinkeren we met onze computer, staan we in de rij voor de nieuwste Marvel-film en weten we Star Wars en Star Trek van elkaar te onderscheiden.
De nerd – ooit het tegenovergestelde van mainstream – is mainstream geworden. Hij is het heden en de toekomst. Zie de futuristische mens die Spike Jonze schetst in Her: in de serene toekomst, waarin we door technologie zijn omgegeven, dragen we allemaal hoog opgetrokken broeken en nerdy overhemden (en worden we verliefd op het besturingssysteem van onze computer – maar dat terzijde).
Waarom?
De echte wraak van de nerds droeg New Balance-sneakers en een zwarte coltrui. Steve Jobs maakte technologie smaakvol, toegankelijk en sexy. Hij gaf zijn computer de naam van een vrucht in een tijd dat computers enkel nummers kregen en veranderde de computer van een grote, lompe doos in een gelikt pakketje. Jobs bracht de wereld de iPod, de iPhone en de iPad en veranderde voorgoed het uiterlijk van technologie. Hij maakte van ons allemaal voltijds computergebruikers.
Dat deed hij natuurlijk niet alleen. De digitale revolutie kent vele aanjagers, van Apple’s mede-oprichter Steve Wozniak (‘Woz’) tot Microsofts Bill Gates en van Google’s Sergey Brin en Larry Page tot Facebooks Mark Zuckerberg, nerd in hoodie op teenslippers. Zij hebben er allemaal voor gezorgd dat tech naadloos met ons leven is vervlochten. Nerds hebben het internet geïnstitutionaliseerd. En het internet institutionaliseerde de nerd.
In onze met computers doorspekte levens weet ondertussen bijna niemand hoe die apparaten echt werken. Dat maakt de hedendaagse nerd machtig, en ontzettend rijk. De nerd wordt ook wel omschreven als a four-letter word with a six-figure income. In Silicon Valley, het epicentrum van de digitale revolutie en wereldhoofdkwartier van de nerdcultuur, kost een kantoor 1200 dollar per vierkante meter en worden er miljoenen geïnvesteerd in tech-startups alsof het kleingeld is.

 

brogrammer

Die combinatie van tech en geld heeft een speciaal type nerd voortgebracht, een soort macho versie van de computer geek. Brogrammer, wordt hij wel genoemd. Je kon hem afgelopen april zien op de technologie-conferentie The Next Web. De Amsterdamse Westergasfabriek was gevuld met afgevaardigden van de Europese tech-gemeenschap die collega’s hun nieuwste ideeën zagen presenteren. Hier geen inhoudelijke uiteenzettingen of grootse vergezichten over technologie. Nagenoeg elke presentatie ging over hoe met een vinding geld is verdiend, wordt verdiend of verdiend zal worden. Stuk voor stuk nerds met de snelle babbel van een salesman, frats verkleed als nerds.
Nu de frat boys zich tot het nerddom hebben bekeerd, is de Luddite de grootste anti-nerd: iemand die bang is voor nieuwe technologie. De term verwijst naar een groep Engelse fabriekswerkers die tijdens de industriële revolutie protesteerden tegen de machines die hun banen overbodig maakten. Onder leiding van ene Ned Ludd – een soort Robin Hood, het is niet zeker of hij ooit echt heeft bestaan – staken ze een aantal fabrieken in brand. Uiteindelijk werd de beweging door de overheid in de kiem gesmoord en verloren de Luddites inderdaad hun levensonderhoud. Maar in grote lijnen heeft de geschiedenis de industriële revolutie gelijk gegeven, is het idee, dus verzet tegen de ronkende motor van de digitale revolutie is niet cool.

 

Onzeker hipstergedoe

Een beetje kinderachtig is het ook wel, anderen uitschelden voor Luddite. En dat is volgens Simon Pegg, schrijver van en acteur in een aantal typische nerd-films, zo vervelend aan de opkomst van mainstream nerdcultuur. ‘We maken onszelf infantiel met onze eigen smaak,’ schreef Pegg op zijn blog. Volgens Pegg consumeren we – net als onze helden van The Big Bang Theory – heel kinderlijke zaken, zoals strips en superhelden. Dat maakt ons domme slachtoffers van het kapitalisme. (Detail: de titel van Peggs autobiografie,Nerd do Well, is een term waarmee financieel succesvolle nerds worden bedoeld.)
Maar de meeste techies dragen hun nerd badge met trots.
Misschien zelfs met iets te veel trots, want met de culturele opkomst van de nerd is er een geobsedeerde discussie ontstaan over zijn authenticiteit.
Zo woedde er vorige zomer een publiek debat naar aanleiding van een artikel dat in het conservatieveNational Review was verschenen over ‘America’s nerd problem’. De auteur van het stuk, Charles C.W. Cooke, meende dat nerdcultuur leunde op ‘onzeker hipstergedoe’ en ‘onverantwoordelijke arrogantie’. Zelfbenoemde nerds zouden doen alsof ze alle geheimen van de menselijke ervaring kennen en onterecht denken dat ze slimmer zijn dan de rest. Cooke wees figuren aan als politicus Al Gore en New York Times-columnist Paul Krugman, die zich volgens hem voordoen als nerds om een links-politieke agenda te pushen.

 

Fake geek girl-argument

Deze retoriek is de nerdwereld niet onbekend. ‘Dit is letterlijk een Fake Geek Girl-argument,’ schreef Victoria McNally op de feministische nerd-website The Mary Sue. Ze verwees daarmee naar een discussie van een paar jaar eerder, over mooie meisjes die zich voor zouden doen als geeks om aandacht te krijgen. CNN-columnist Joe Peacock verwoordde het destijds zo: ‘Ik word ziek van wannabes die het niet tot autoshow-meisjes hebben geschopt en dus maar een Batman-shirt aantrekken en rondhangen op stripboek-conventies.’ Waarom mooie meisjes juist op die manier aandacht zouden zoeken, wordt nergens uitgelegd, maar Peacocks woede is exemplarisch voor de de gevoeligheden rond het stempel ‘nerd’ of ‘geek’. In 2011 werd er al op grote schaal vuil gespuwd over een foto van een meisje met een grote bril op en ‘nerd’ op haar hand geschreven. Het plaatje werd een meme en zweefde over het internet met cynische teksten als: ‘Self-proclaimed title of ‘nerd’. What is World of Warcraft?’
Je moet je strepen hebben behaald om jezelf geek of nerd te mogen noemen, vinden Peacock en de zijnen. Je moet bepaalde kennis en kunde in huis hebben. Als je nooit World of Warcraft hebt gespeeld, kan je ook geen nerd zijn. En als vrouw al helemaal niet.
De houding van nerds tegenover vrouwen is best gek, als je bedenkt dat vrouwen eigenlijk de eerste programmeurs waren.
Toen in de jaren zestig de eerste computers op de markt kwamen, was nog onduidelijk of programmeren was voorbestemd voor secretaresses of voor hogere wetenschappelijke types. Destijds werd het gepresenteerd als een uitstekend geschikte taak voor vrouwen, omdat die nou eenmaal een geduldige natuur zouden hebben en beter op details letten. De pioniers die de eerste digitale computers programmeerden, waren veelal vrouwen, en jarenlang ging de stijging van het aantal vrouwen bij informatica gelijk op met die van andere studies.
Tot 1984, toen de stijgende lijn van vrouwelijke informaticastudenten abrupt omboog naar beneden. De journalistieke podcast Planet Money probeerde laatst te onderzoeken hoe dat kwam, en concludeerde twee dingen: om te kunnen slagen in een computer science program moest je als tiener een computer hebben gebruikt, en de enigen die destijds thuis een eigen computer hadden, waren jongens.
Dat is grotendeels te wijten aan marketing. Op de vroegste televisiereclames van Atari wordt de spelcomputer nog gepresenteerd als gezinsvermaak, een alternatief voor televisie: ‘Hours of fun for the whole family!’ Maar omdat computers nog niet zoveel konden, werden ze vanaf begin jaren tachtig in de markt gezet als speelgoed. En zoals nu eenmaal gebeurt met speelgoed, werd de marketing ervan gericht op één gender.
Het idee dat computers voor jongens waren, definieerde de toen opkomende tech-cultuur en bevestigde het beeld van de nerd als jongen. Het werd een narratief voor de hele populaire cultuur, dat duidelijk is terug te zien in films van die tijd, zoals Weird Science – waarin twee nerds een virtuele vrouw programmeren die tot leven komt – en, natuurlijk, Revenge of the Nerds.

 

Sekseprobleem

Dat narratief loopt door tot in het Silicon Valley van vandaag. Het is algemeen bekend dat het nerd-centrum van de wereld een sekseprobleem heeft. Er lopen weliswaar een paar bekende vrouwen rond, zoals Marissa Mayer (Yahoo) en Sheryl Sandberg (Facebook), maar slechts de helft van de bedrijven daar heeft überhaupt vrouwen in hun bestuurslaag. Gemiddeld bestaat het medewerkersbestand van softwarebedrijven voor 27 procent uit vrouwen. Onder de durfkapitalisten ligt dat cijfer nog lager: zes procent. Een aantal high profile rechtszaken over seksisme en seksuele intimidatie in Silicon Valley hebben de laatste maanden nog extra aandacht op die sekse-ongelijkheid gevestigd.
Maar het probleem van de vrouwelijke nerd werd het pijnlijkst duidelijk door de Gamergate-affaire. In de nazomer van 2014 stond de blogosphere op zijn kop toen achtereenvolgens indie gamemaker Zoe Quinn, de feministische cultuurcriticus Anita Sarkeesian en de journaliste Leigh Alexander moesten onderduiken wegens doodsbedreigingen. Quinn werd door internettrollen (anonieme schelders) belaagd over haar seksleven nadat haar ex-vriendje een paar lelijke blogposts over haar had geschreven, Sarkeesian werd aangevallen vanwege haar YouTube-serie waarin ze seksisme in videospelletjes analyseert, en Alexander had het gewaagd de trollen ‘onnozele shitslingers’, ‘changrijnige hyperconsumenten’ en ‘kinderachtige internet-ruziërs’ te noemen. Een artikel waarin Alexander stelt dat games worden gespeeld door een diverser publiek dan alleen vrouwenhatende witte mannen, werd als controversieel bestempeld. Chipfabrikant Intel trok zijn advertenties terug van de site waarop het verhaal was gepubliceerd.
Dit was het startsein voor een agressieve en grotendeels anonieme internetcampagne onder de hashtag #gamergate, die nog steeds voortwoekert. De aanhangers zeggen dat ze op deze manier ‘ethiek in gamejournalistiek’ willen bevorderen en – let op – ‘gamer identiteit’ willen beschermen.

 

Echte outcasts

Ziedaar het probleem van de mainstream nerd, de Fake Geek Girl, Gamergate en de discussie over nerd-authenticiteit: het nerddom is niet meer voorbehouden aan nerds. Doordat iedereen mee wil nerden, verliezen de nerds van weleer hun identiteit.
Stel je voor: je hebt jezelf het exclusieve etiket ‘gamer’ opgeplakt, en opeens spelen in 2010 vijftig miljoen mensen Angry Birds op hun telefoon. Strikt genomen zijn dat ook gamers. En wat voor argument je er ook tegenin brengt – de mate van enthousiasme, de omvang van de doelgroep, het geld dat eraan wordt uitgegeven, de tijd die eraan wordt besteed – niets onderscheidt jou nog van vrouwen van veertig-plus met een iPhone. Weg identiteit.
De nerd is van oudsher iemand die buiten de grote groep valt, hij vindt zijn heil in een kleine groep. Hij is geen nul, hij is een nerd. ‘Nerd’ is een identiteit, dat geeft gezag. Door te zeggen dat het nerd-dom iedereen toekomt, wordt die identiteit bedreigd. Maria Bustillos van weblog The Awl spreekt zelfs van een tragedie, ‘een apotheose van lijden onder de originele nerds.’ Ze bedoelt daarmee ‘de nerds die op hun 26ste nog thuis wonen en bang zijn om met meisjes te praten’. Zij hebben een mythologie om zich heen gecreëerd en nu wordt hun zelfverzonnen volksstam hen afgenomen. Succesvolle nerds als Zuckerberg hebben dan wel de perceptie van nerdcultuur veranderd, maar de echte outcasts zijn daarmee alleen maar verder verwijderd van de rest van de wereld, meent Bustillos.

 

Nerdfighteria

Toch kan de sociale acceptie van de nerd ook voor hen goed nieuws zijn. Dat bewijst John Green, de auteur van het immens geliefde A Fault in Our Stars en zelf een rasechte – en succesvolle – nerd. Green schrijft doorgaans over en voor tieners die er niet helemaal bij horen, zeg maar de volgende generatie van Bustillos’ nerds. Samen met zijn broer heeft Green een immens populair YouTube-vlog (VlogBrothers, 2,6 miljoen abonnees) dat een soort veilige haven is geworden voor jonge buitenbeentjes wereldwijd. Greens aanhangers noemen zich Nerdfighters. Geen pestkoppen die tegen nerds vechten, maar nerds die vechten tegen de plaag van popiejopies en tegen ‘world suck’. De Nerdfighteria, zoals de gemeenschap zich noemt, heeft een eigen handgebaar en staat open voor iedereen die zich nerdfighter wil noemen.
Die vrolijke strijdbaarheid doet denken aan de eindscène van Revenge of the Nerds. De lange oorlog met de populaire studenten eindigt met een sportdag, waarop de valsspelende frats ‘s avonds worden gehuldigd als winnaar. De nerds zijn terneergeslagen, beseffen dat ze voor eens en altijd sukkels zullen zijn. Dan belsuit een van hen de microfoon van het podium te trekken. ‘I’m a nerd. And I’m pretty proud of it!’, roept hij. Een voor een schaart het publiek zich achter hem en bekennen ze nerds te zijn. ‘We are the Champions’ van Queen zwelt aan, en met zijn allen scanderen ze trots: ‘Nerds! Nerds! Nerds!’
Als iedereen een nerd is, heeft de nerd gezegevierd.

Dit artikel verscheen 13 juni 2015 in Vrij Nederland

13/06/2015

Leave a Reply